blog

Franchisenemer wint strijd om toplocatie

Branche & Bedrijf 352

Franchisegevers willen toplocaties vanzelf graag behouden als de samenwerking met de franchiseondernemer wordt beëindigd. Zowel in de situatie waarbij franchisenemer van de franchisegever huurt, als in de situatie dat franchisenemer de vestigingslocatie van een derde huurt. Recent trok een franchisegever echter definitief aan het kortste eind en moest de toplocatie (de Dam in Amsterdam) aan de ex-franchisenemer worden gelaten. Een blog van advocaat Erhard Koekoek.

Franchisenemer wint strijd om toplocatie

De franchisenemer huurde in deze kwestie het vestigingspunt op de Dam al geruime tijd, voordat er een franchisesamenwerking werd aangegaan met de franchisegever. In de franchiseovereenkomst was een hele trits voorwaarden opgenomen over de situatie na beëindiging van de franchisesamenwerking. Er was afgesproken dat franchisegever de onderneming zelf mocht voort zetten op het vestigingspunt. Ook was vastgelegd dat franchisenemer de overname van de huurovereenkomst moest aanbieden aan franchisegever.

Nadat partijen langdurig overleg hebben gevoerd over een verlenging van de franchiseovereenkomst, komt die uiteindelijk niet tot stand. Gevolg is dat de franchiseovereenkomst van rechtswege eindigt en de franchiseondernemer andere activiteiten op de vestigingslocatie start. Daarop begint franchisegever een procedure tegen de – inmiddels – ex-franchiseondernemer. Daarin vordert zij dat aan haar de huurrechten van de bedrijfsruimte moeten worden aangeboden. In ieder geval moet de franchiseondernemer meewerken aan de indeplaatsstelling van de franchisegever als huurder.

Let op termijnen

Franchisenemer leest vervolgens de franchiseovereenkomst er nog eens goed op na en constateert dat franchisegever heeft zitten slapen. Franchisegever heeft niet op tijd het recht ingeroepen om de onderneming van de franchisenemer voor te zetten. In de franchiseovereenkomst was namelijk afgesproken dat de franchisegever dit 60 dagen voor het einde van de franchiseovereenkomst moest laten weten. In dit geval had de franchisegever pas 53 dagen voor de beëindiging laten weten dat – wanneer de onderhandelingen over de verlenging op niets uitliepen – zij de onderneming zelf wilde voortzetten op het vestigingspunt. Franchisegever was dus 7 dagen te laat.

Toplocatie

Gevolg was dat zowel de rechtbank als het gerechtshof te Amsterdam de vorderingen van de franchisegever afwezen. De afgesproken termijn van 60 dagen werd strikt gehandhaafd. Franchisenemer kon de toplocatie op de Dam dus behouden, omdat franchisegever schriftelijke afspraken over termijnen niet strikt had opgevolgd. Had franchisenemer de schriftelijke afspraken niet zorgvuldig geanalyseerd, dan was de zaak wellicht heel anders afgelopen. Wij lezen en denken daarom graag met u mee.

Dit artikel is geschreven door Erhard Koekoek van BVD advocaten. 

Reageer op dit artikel