blog

Soetman: Boerenbinding is ‘license to produce’

Opinie 582

Soetman: Boerenbinding is ‘license to produce’

Retailland heeft een nieuwe methode ontdekt om zich te onderscheiden: verbind je aan specifieke groepen boeren.

Column

Mark Soetman is expert op het gebied van duurzaamheid.

Er zijn vele voorbeelden van deze boerenbinding. Rondeeleieren bij Albert Heijn en Kipsterstallen voor Lidl. In zuivel is een ‘wie doet het beter’-oorlog ontstaan, met Jumbo als tussentijdse koploper. En vrij recent introduceerden Superunie-leden Plus, Hoogvliet, Boon, Deen en Poiesz lupinevarken Hamletz. De trend is duidelijk. We polderen nieuwe merken, stallen en systemen bij elkaar.

Uitdagingen zijn schaalgrootte, vierkantsverwaarding en merkbeleving

Ik juich het toe, deze manier van werken. Met de juiste partijen om de tafel om te komen tot afspraken die maatschappelijk goed verdedigbaar zijn en dus op een warm onthaal kunnen rekenen vanuit de (vak)pers. Ze bereiken helaas het brede publiek nog niet altijd even goed, maar dat is in principe op te lossen. Zo kan iedereen vanuit eigen kennis blijven werken en ontstaan er mooie dingen. De uitdagingen zijn vaak schaalgrootte, vierkantsverwaarding bij veeteelt en merkbeleving richting consument. Leuk om te tackelen en de resultaten zijn tot nog toe goed.

 

‘We zitten in Nederland met een fors productieoverschot’

Mark Soetman

Meer dan de helft van Nederlandse producten verkocht naar buitenland

Heel voorzichtig meldt de horeca zich nu ook. Ik voorspel toekans op boerendaken, Sodexo-logo’s op vissersschepen en Sligro-borden bij kaasmakerijen. Waarom ook niet? Het geeft primaire sectoren een ‘license to produce’. Hoewel? We zitten in Nederland met een fors productieoverschot. Over het algemeen staan de winstmarges onder druk. Dat betekent dat de boeren, vissers, veetelers en tuinders in Nederland die hun afzet niet op de hierboven geschetste manier gaan regelen, de komende – zeg even – 10 jaar, in hun bestaan worden bedreigd. Omdat om ons heen dezelfde vragen worden gesteld en oplossingen worden gevonden.

Ruwweg 70 procent van alle primaire producten die in Nederland worden gemaakt, verdwijnt over de grens.

Bedreigde export: ‘heel Europa is zijn lokale product aan het omarmen’

Hoewel er beleidsmakers zijn die denken dat ‘made in Holland’ op een aardappel voldoende reden moet zijn voor een Fransman of Chinees om daarvoor te kiezen, is de werkelijkheid weerbarstiger. In Duitsland vragen retailers massaal om ‘Vier mal D’. Dat wil zeggen dat het in Duitsland moet zijn ontsproten, opgegroeid, geslacht en verpakt. In Frankrijk geldt dat nog sterker, daar wordt het binnenlands product te vuur en te zwaard beschermd. Heel Europa is zijn lokale product aan het omarmen. Dat maakt het voor een ‘made in Holland’-product zonder opvallende meerwaarde – heel gewoon aardappels, appels, varkensvlees en wat dies meer zij – erg lastig om afzet te krijgen en houden. De internationaal geroemde Nederlandse efficiency komt zo in een heel ander daglicht te staan. We moeten zoeken naar (verkoopbare) meerwaarde! Ga er maar aanstaan. Ben je er net in geslaagd om je kostprijs en uitval marktconform te krijgen, moet je gaan differentiëren. Zoeken naar ‘lekkerder’ of ‘gezonder’. Dat kan in sommige gevallen bijna niet eens.

Goede producten voor buitenlandse markt ontwikkelen duur en risicovol

Daarnaast ontbreekt het aan financiële ruimte om te ontwikkelen. Om tot een varken te komen dat gewild is in de grote steden van China, ben je wel even bezig. Retail en markt daar bezoeken, inventariseren wat eisen en wensen zijn, zoeken naar onderscheidend vermogen, dat ontwerpen en vormgeven, implementeren in nieuwe stallen, hoogstwaarschijnlijk andere rassen, ander voer, onderscheidende verpakkingen ontwerpen gestoeld op de Chinese waarden, transport zo adequaat mogelijk regelen, afspraken maken met retail of groothandel in China en dan komt na een jaar of 6 het moment van die Eerste Levering. Billen bij elkaar en hopen dat die geïnvesteerde X miljoen niet voor niets is geweest. Want na al dat voorwerk is de kans van slagen bepaald geen 100 procent. Wie durft dat?

Wanneer je aan de hand van de nu ingezette trend naar de toekomst kijkt, ziet het er voor 30 procent van de Nederlandse boeren prima uit. Meer waardering en gegarandeerde binnenlandse afzet. Die overige 70 procent is aan de internationale goden overgeleverd. Ik vrees dat velen 2025 niet gaan halen. Zielig? Jazeker. Maar niet zieliger dan die aannemer die omviel in 2012 of die horeca-uitbater die 2014 niet haalde.

Reageer op dit artikel