blog

Hoe kan AGF-sector bijdragen aan minder plastic afval?

Assortiment 809

Plastic afval is een wereldwijd probleem en de discussie rondom duurzaam verpakken is ook in de AGF-sector aangewakkerd. Waarom zijn verpakkingen eigenlijk nog niet vervangen? En hoe ver zijn de ontwikkelingen op dit gebied in Nederland? Caroli Buitenhuis is verpakkingskundige en gespecialiseerd in bioplastics en circulair verpakken. Ze runt het adviesbureau Green Serendipity en heeft onder andere de ‘Bioplastics Hub’ opgericht. Daarbij adviseert ze retailers, productiebedrijven en brand owners over circulair verpakken en niet-fossiele verpakkingsmaterialen.

Hoe kan AGF-sector bijdragen aan minder plastic afval?

De merken SweetPoint en PapriCo, die binnen Coöperatie DOOR gespecialiseerd zijn in (punt)paprika, vroegen Caroli Buitenhuis naar haar visie en bevindingen rondom dit onderwerp.

Dé duurzame verpakking bestaat niet

Een appel is anders dan een paprika en stelt daarom, onder andere met het oog op voedselveiligheid en om verlies in de keten tegengaan, andere eisen aan een verpakking. Bij het verpakken van voedsel heb je daarbij vaak te maken met barrières voor zuurstof, aroma’s en vocht. Die waarden verschillen sterk per product. De plaats waar het product geconsumeerd wordt is ook een factor die invloed heeft op het type verpakkingsmateriaal.

In Frankrijk maken ze vaak gebruik van home composting in eigen tuin. In dat geval is het belangrijk dat een verpakking dus goed afbreekbaar is. Hetzelfde geldt voor verpakkingen van snackgroenten, die vaker onderweg worden gegeten en een grotere kans hebben om bij het zwerfafval terecht te komen.

Omdat met zoveel specifieke eisen rondom producten rekening moet worden gehouden, is het niet zo eenvoudig om de huidige plastic verpakkingen in te wisselen. Uiteraard speelt ook geld een rol. Een verpakking mag vanuit commercieel oogpunt maar weinig kosten. En de prijs van fossiele plastics is nog altijd lager dan de duurzame alternatieven.

Natuurlijke grondstoffen en mono-materialen

Ongeacht het type product is het altijd verstandig om daar waar mogelijk mono-materialen te gebruiken. Dat wil zeggen dat alle onderdelen van een verpakking uit hetzelfde materiaal bestaan. Daarbij kun je ook denken aan ‘biobased’ materialen: natuurlijke grondstoffen die onuitputbaar zijn. Denk aan suiker uit suikerbiet of zetmeel uit aardappelen. Het zetmeel dat bijvoorbeeld bij het snijden van aardappelen vrijkomt, de zogeheten reststroom, kan worden opgevangen en gebruikt om bioplastic te maken.

Nederland Circulair in 2050

Vanuit de Nederlandse overheid wordt inmiddels prioriteit gegeven aan een circulaire en biobased economie. Het overheidsprogramma ‘Nederland Circulair in 2050’ heeft als doel dat Nederland in 2050 geen gebruik meer maakt van virgin fossiele grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Men is druk aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Twee interessante initiatieven zijn:

Biomassa-reststromen in tomatenkassen gebruiken

De tomatenstengels die overblijven na het plukken van tomaten kunnen materialen (tomatenvezels) leveren voor het maken van papier en karton. Zo kun je tomaten verpakken in doosjes gemaakt van tomaten! Dat kan ook met andere groenten, zoals aubergines en (punt)paprika’s. Tegenwoordig kunnen we ook al van druivenpulp plastic maken en van appelschillen zelfs leer maken.

Composteerbaar bioplastic van Olifantsgras

Het geplante Olifantsgras vlakbij Amsterdam Airport Schiphol heeft als primair doel om ganzen te weren en geluid te dempen. Maar van het maaisel wordt nu ook composteerbaar bioplastic gemaakt voor verpakkings- en cateringmateriaal dat lokaal geproduceerd, gebruikt en organisch gerecycled kan worden. Het zorgt voor slim gebruik van reststromen, een goed inkomstenmodel én de hoeveelheid CO² wordt teruggebracht dankzij minimaal transport.

Elke schakel in de keten moet innoveren

Om van het traditionele plastic af te komen, is het noodzakelijk dat in iedere schakel van de keten veranderingen worden doorgevoerd. Consumenten kunnen in de supermarkt, om plastic te vermijden, vaker Nederlandse producten kopen. Deze zijn minder vaak verpakt, omdat het vanwege de kortere reis naar de consument minder lang houdbaar hoeft te zijn. Ook is het belangrijk dat consumenten goed letten op het scheiden van afval, zodat het op de juiste manier gerecycled wordt.

Elke partij die iets produceert of op de markt brengt, moet goed nadenken over het slim benutten van zijn waardevolle reststromen. En recyclingbedrijven moeten innoveren om meer dan de huidige drie soorten plastic (PET, PE en PP) te kunnen recyclen. Elk bedrijf doet er op zijn beurt goed aan om onderzoek te doen naar hoe ze zo duurzaam mogelijk kunnen verpakken.

De overheid, AGF-sector, brand owners én partijen zoals coöperatie DOOR kunnen ten slotte samen een steentje bijdragen met goede communicatie op de verpakkingen en voorlichting aan consumenten. Onder andere door middel van het communiceren van symbolen uit de Weggooiwijzer van het KIDV (Kennisinstituut Duurzaam Verpakken). Deze maakt het consumenten makkelijker om verpakkingsafval op de juiste wijze weg te gooien.

Coöperatie DOOR draagt graag bij aan het verminderen van plastic verpakkingen. Daarom zijn verschillende samenwerkingen opgezet om de mogelijkheden van alternatieve verpakkingen te onderzoeken. Wil je hier meer over weten? Lees dan dit artikel: Is een AGF-schap zonder plastic mogelijk?

Dit artikel is aangeleverd door DOOR. 

Reageer op dit artikel