Vlees minderen lukt niet met vleesvervangers

Nederlanders zijn de kampioen vleesvervangers eten van Europa, maar het aandeel is nog steeds schokkend laag. Maak ze eens lekkerder, suggereert Distrifood-redacteur, en fervent liefhebber van een mooi stukje vlees, Ron Jansen.
Delen:
Foto: Shutterstock

Op jaarbasis eten we ongeveer 870 gram vleesvervangers en daar geven we dan €17 aan uit. Daarmee zijn we ‘grootgebruikers’ van vleesvervangers in Europa, meldt ProVeg, een lobbyclub voor plantaardige voeding. Met die €17 hebben vleesvervangers een aandeel van 2,5 procent in de totale vleeswarenmarkt. Een schamel aandeel. Op NOS.nl zegt Remko Vogelenzang van de Bobeldijk Food Group, een producent van vleesvervangers, dat de coronapandemie een steentje bijdraagt aan de sterke groei. ‘Sommige mensen zijn zich zorgen gaan maken over de bio-industrie en komen tot de conclusie dat een pandemie door mensen wordt veroorzaakt, in de manier hoe wij omgaan met dieren.’

Dat zou wel eens een plausibele verklaring kunnen zijn voor de groei. Want op eigen kracht aandeel winnen lijkt mij lastig. Allereerst het woord vleesvervangers. Het roept, in elk geval bij mij, een sterke aversie op. Waarom producten maken die naar kip smaken of naar rundvlees? Waarom moeten ze op vlees lijken? Bovendien heb je het dan over sterk bewerkte producten. Puur natuur is het niet, terwijl juist ook die trend speelt.

Het merendeel van de vleesvervangers, een enkel product daargelaten, ziet er niet lekker uit en smaakt nog minder. Zelfs de eerste de beste kiloknaller is lekkerder en lijkt natuurlijker. Niet de manier om verstokte vleeseters over te halen. Dat lukt niet met producten die er uitzien als vlees maar lang niet zo sappig zijn en ook niet zo smaken.

Veganisten, vegetariërs en dierenrechtenactivisten hoef je niet over te halen. Net als degenen die zeer zijn begaan zijn met het milieu. Verstokte vleeseters zoals ik, liefhebbers van een goed stuk vlees, willen best vlees minderen, maar zijn lastig over te halen. Dat lukt niet met vleesvervangers.

Zelfs de eerste de beste kiloknaller is lekkerder en lijkt natuurlijker


Niet zo heel lang geleden kreeg ik een vegetarische gang in een goed restaurant. Verschillende bereidingen van groenten, met verschillende smaken en texturen. Gefermenteerd, rauw en gefrituurd. Een kleurrijk palet, van olijfgroen tot bietenrood. Het één knapperig en soms krakend krokant, het ander zacht en zalvend. Smaken: zoet, zuur en umami en aards. Geen seconde miste ik een stukje vlees.

Dit is de weg die we zullen moeten bewandelen als we vleeseters echt willen overhalen. Die willen iets lekkers dat hen juist níet herinnert aan het ontbrekende stukje vlees. Maak lekkere puur plantaardige maaltijden of maaltijdpakketten. Laat de Kipstuckjes en Ookworst weg. Anders blijft het onverbiddelijk steken bij eens per maand een excuusproduct dat op vlees moet lijken. Hier ligt de uitdaging voor de industrie. Of moeten we hopen dat kweekvlees snel doorbreekt. En dat dit wel lekker sappig is en goed smaakt.

Vleesvervangers goed voor 2,5 procent marktaandeel

Het marktaandeel van vleesvervangers in Nederland bedraagt op dit moment 2,5 procent. Daarmee eten Nederlanders binnen Europa de meeste vleesvervangers.
Lees verder >>>