blog

Vestigingswiskunde

Opinie 30

Vestigingswiskunde
Foto: ANP

De ruimte voor nieuwe vestigingslocaties voor supermarkten in Nederland wordt steeds schaarser. Niet alleen zijn de beschikbare stukken grond steeds beperkter in dit land, maar ook worden bestaande en beschikbare locaties strenger beoordeeld of die wel geschikt zijn voor de vestiging van een supermarkt.


Victor van Ahee
Victor van Ahee is advocaat bij Loyens & Loeff in Rotterdam.

Voorheen was bij die beoordeling met name van belang of een supermarkt geen overlast gaf voor de omgeving, paste binnen het omgevingsbeeld en of de verkeersafwikkeling voldoende was. Op die punten werden de meeste procedures bij de bestuursrechter gevoerd als er een vergunning of bestemmingsplan om supermarkt mogelijk te maken werd aangevochten.

De laatste paar jaren wordt juist meer gekeken naar de concurrentiepositie van bestaande supermarkten. Het is namelijk vanuit het perspectief van de ruimtelijke ordening geen goed idee als ergens een supermarkt wordt gevestigd en er vervolgens elders in de gemeente eentje failliet gaat omdat diens klanten naar de nieuwe supermarkt worden getrokken. Als die andere supermarkt bijvoorbeeld in een wijkwinkelcentrum is gevestigd, bestaat er namelijk de kans dat andere winkels in dat winkelcentrum ook ‘omvallen’. In no time staat het winkelcentrum dan leeg.

Om dat te voorkomen, wordt bij de nieuwe vestiging van supermarkten altijd door de gemeente (of de provincie) gekeken wat voor effecten die supermarkt op de winkelstructuur in de gemeente heeft. Elke gemeente heeft een detailhandelsvisie waarin zij aangeeft hoeveel ruimte er is voor nieuwe detailhandel, zoals supermarkten. In zo’n visie wordt dan onderscheid gemaakt tussen stads(deel)centra, wijkwinkelcentra en losse locaties. De structuur die de gemeente dan voor ogen heeft, mag niet worden aangetast door nieuwe detailhandel.

‘Economische aspecten worden vaak onderdeel van de juridische procedures’

Wannéér die structuur wordt aangetast, is geen juridische vraag, maar meer een (bedrijfs)economische. Omdat vergunningen wel in een juridische procedure worden aangevraagd en verleend, gebeurt het echter vaak dat deze economische aspecten onderdeel worden van de juridische procedures. Daardoor zie je steeds vaker in procedures over nieuwe supermarktlocaties bij de bestuursrechter dat met rapporten een economische discussie wordt gevoerd.

Ter illustratie is recentelijk een vergunning verleend voor slechts een beperkte ontwikkeling, omdat een grotere supermarkt nadelige gevolgen voor de detailhandelstructuur zou hebben. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de ‘supermarktdekking’ in de gemeente, maar ook naar de omzet per vierkante meter. Omdat in het Apeldoornse geval door uitbreiding van het supermarktaanbod de gemiddelde omzet per vierkante meter zou dalen tot 15 à 20 procent onder het landelijke gemiddelde, was er vrees dat andere supermarkten dan niet meer rendabel zouden zijn, met leegstand en een verstoring van de structuur tot gevolg.

Het realiseren van een nieuwe vestiging van een supermarkt is dus niet alleen in het voortraject een rekensom van omzetten en marktaandelen, maar ook in de juridische procedure rondom het verkrijgen van een bestemmingsplan of vergunning zal goed aangetoond moeten worden wat het effect van de nieuwe locatie is voor de overige supermarkten en de gemeentelijke structuur. Houd die rekenmachines dus maar bij de hand.

Reageer op dit artikel