blog

Verbod op stunten met alcoholische dranken

Opinie 693

Verbod op stunten met alcoholische dranken

In het zogenaamde Nationaal Preventieakkoord van 2018 heeft de Nederlandse overheid met een aantal bedrijfsorganisaties, instellingen en belangenverenigingen afspraken gemaakt over gezondheidsthema’s, zoals roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik, om in 2040 een gezonder en bewuster Nederland te creëren.


Victor van Ahee
Victor van Ahee is advocaat bij Loyens & Loeff in Rotterdam.

De afspraken die in het Preventieakkoord zijn gemaakt worden doorgevoerd in de praktijk – door de handelwijze van bedrijven en verenigingen aan te passen – en ook in de wet. Zo is voor sigaretten bepaald dat de verpakkingen neutraal dienen te worden (zonder merktekens en kleuren), dit wordt aangepast in de Tabaks- en rookwarenwet. Voor alcohol is onder meer bepaald dat sportverenigingen en bierbrouwers afspraken maken om de marketing van alcoholische dranken langs sportvelden te beperken. Zodoende hebben partijen een akkoord bereikt om zowel door wetgeving als door private afspraken tot een gezondere samenleving in 2040 te komen.

Men zou denken dat wat er in het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken het toekomstperspectief voor roken, overgewicht en alcoholgebruik zou moeten zijn. Maar dat is niet helemaal het geval. De Nederlandse overheid heeft op bepaalde punten al snel een eigen pad gekozen. In maart 2019 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een van de grootste voorstanders van het akkoord, een wijziging van de Drank- en horecawet gepubliceerd met een regeling die niet uit het Nationaal Preventieakkoord volgt.

De staatssecretaris wil een verbod op tijdelijke kortingen van meer dan 25 procent op alcoholische dranken. Dit verbod is tussen de partijen van het Nationaal Preventieakkoord niet afgesproken. Sterker nog, uit het Nationaal Preventieakkoord volgt dat de overheid onderzoek gaat doen naar de effectiviteit van maatregelen op de prijs van alcohol, zoals minimum unit pricing.

Het is natuurlijk denkbaar dat het verbod een gunstig effect heeft op het (verminderen van het) alcoholgebruik. Toch zou dat geen reden moeten zijn om eenzijdig nieuwe maatregelen in te voeren bovenop de gemaakte afspraken. Door dit nu te doen, toont de staatssecretaris – en dus de overheid – zich geen heel coöperatieve en betrouwbare gesprekspartner.

‘Het is natuurlijk denkbaar dat het verbod een gunstig effect heeft op het (verminderen van het) alcoholgebruik’

Daarnaast kunnen grote kortingen ook nu al worden beperkt, er is een ‘vrijwillige’ afspraak tussen marktpartijen om niet meer dan 50 procent korting te geven en op grond van de wet kunnen gemeenten zelf een verbod op kortingen van meer dan 30 procent instellen. Dat is tot op heden niet gebeurd.

De nieuwe maatregel is daarom misschien zelfs overbodig, omdat hier in de praktijk geen behoefte aan bestaat aangezien nergens een 30%+-kortingsverbod is ingevoerd. Ook worden onderliggende problemen, buitenlandse websites en andere acties, niet opgelost met de redelijk vage wettekst. Ten slotte is de handhaving overgedragen aan de nu al overbelaste NVWA, wat vragen oproept over de effectiviteit.

De ontwerpwetswijziging is door een aantal belangrijke partijen negatief beoordeeld, maar dit kan de staatssecretaris naast zich neerleggen – en dat zal hij waarschijnlijk ook doen. Dat zou helaas wel de status van het Nationaal Preventieakkoord doen wankelen.

Reageer op dit artikel