artikel

Boze boeren aan verkeerde adres bij C1000

Formules

C1000-ondernemers in het westen van het land worden de dupe van een protestactie van woedende melkveehouders tegen de lage melkprijzen die ze ontvangen van de inkooporganisaties van de supermarkten. De boze boeren zijn echter volstrekt aan het verkeerde adres.

Boze boeren aan verkeerde adres bij C1000

De boeren zijn verontwaardigd over de lage prijs die ze ontvangen voor hun melk en achten de Nederlandse supermarkten (deels) verantwoordelijk voor het inkomensverlies. Echter wordt maar een fractie van de door de Nederlandse boeren geleverde melk verkocht in de Nederlandse supermarkt. Het overgrote merendeel – ruim 90 procent – wordt geëxporteerd. De prijzen die de boeren ontvangen worden dan ook op de internationale zuivelmarkt bepaald. Een partij als Schuitema, maar ook de andere Nederlandse inkoopverbonden – heeft in zijn eentje dan ook nauwelijks invloed op die zuivelprijs. Met hun protestactie geven de boeren er dan ook blijk van dat ze weinig snappen van hoe de machtsverhoudingen op de internationale zuivelmarkt liggen.

Vraag en aanbod

Een nog zwaarwegender argument om het protest af te wijzen is echter het ontbrekende besef bij de boze boeren dat het probleem op de zuivelmarkt niet schuilt aan de verkoopzijde (de supermarkt), maar aan de aanbodzijde (de zuivelsector). De protesterende boeren voeren de discussie dan ook vooral op basis van emotionele argumenten als dat de boer een eerlijke prijs voor zijn product verdient. Die houding is kortzichtig, omdat de rationele argumenten daarbij volledig uit het oog verloren worden. Vraag en aanbod op de zuivelmarkt zijn eenvoudigweg in onbalans met elkaar. Het aanbod is te groot, met historisch lage prijzen tot gevolg. Zolang de zuivelsector zelf in een ongezonde conditie verkeert, is het van den zotte om maatregelen en offers te vragen van een sector die wel goed boert.

Uitstel van executie

Bovendien heeft het er alle schijn van dat een eventuele inkomenssteun uitstel van executie voor de Nederlandse boer betekent. Door allerlei omstandigheden is hij nu al niet in staat om te concurreren met collega’s in andere landen en continenten. Uiteindelijk staat de zuivelsector in een vrije markt waarschijnlijk hetzelfde lot als de Nederlandse textiel- en staalindustrie te wachten. Europa is juist bezig om de agrarische sector klaar te stomen voor een vrijere markt. Europa wil een einde maken aan het rondpompen van subsidies en de individuele boer voorbereiden op een situatie waarin hij moet concurreren tegen de prijzen en kwaliteit op de wereldmarkt. Zolang de boer dat niet inziet, heeft hij dan ook niet op het dc van Schuitema te zoeken.

Reageer op dit artikel