artikel

Jeugd laat frisdrank en tabak vaker links liggen

Food Data 1102

Jeugd laat frisdrank en tabak vaker links liggen

DEN HAAG – Het clichébeeld van de suikerrijke frisdrank drinkende en volop snoepende jeugd moet op de schop. Kinderen tussen 11 en 16 jaar drinken minder frisdrank, snoepen minder, roken minder en gebruiken minder alcohol. De overgrote meerderheid ontbijt iedere dag, terwijl de dagelijkse consumptie van groente en fruit juist is gestegen. Wel zijn de verschillen tussen de verschillende leeftijdsgroepen, onderwijstypes en afkomst groot.

De Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerden afgelopen week hun grootschalige onderzoek naar het leefgedrag van de jeugd. Daarin ook volop aandacht voor voeding en middelengebruik. Heel opvallend in het onderzoek is dat suikerhoudende frisdrank overduidelijk uit de gratie is bij de leeftijdsgroep van 11- tot en met 16-jarigen. In 2001 dronk nog 47,3 procent van alle middelbare scholieren iedere dag frisdrank, inmiddels is dat nog maar 20 procent. Voor leerlingen op de basisschool lag dat percentage in 2001 op 38,1 procent, inmiddels is dat 11,3 procent. Hoe lager het schoolniveau en het welvaartsniveau van de familie, des te meer frisdrank er nog wordt gedronken. De trend naar beneden voor wat betreft de frisdrankconsumptie is echter overduidelijk.

Ontbijten

Het overgrote deel van de jeugd in Nederland ontbijt iedere dag. Voor kinderen in groep 8 van het basisonderwijs geldt dit voor 89,4 procent van de jongeren. In het voortgezet onderwijs daalt dit naar 77,6 procent. Van de jongens op de middelbare school gebruikt nog 82,3 procent dagelijks een ontbijt, bij meisjes ligt dit op slechts 72,6 procent. Brugklassers ontbijten nog bijna net zo vaak als leerlingen op de basisschool, maar daarna daalt het percentage jaarlijks tot hun zestiende jaar. Bij het nuttigen van ontbijt is er ook een duidelijk verschil tussen jongeren met een migratieachtergrond en autochtone jongeren. Van de jongeren met een migratieachtergrond eet slechts 61,8 procent iedere dag door de week een ontbijt.

Fruit eten

In 2001 gaf nog maar 24,6 procent van de jongens op de middelbare school aan dagelijks fruit te eten. Inmiddels is dat percentage gestegen naar 26,8 procent. Meisjes op het voortgezet onderwijs zijn een stuk enthousiaster in hun fruitconsumptie. In 2001 at al 29 procent iedere dag tenminste één stuk fruit. In 2017 is dat toegenomen tot 35,7 procent. Basisschoolleerlingen in groep 8 eten overigens veel meer dagelijks fruit. Bij jongens ligt het percentage daar nu op 39,5 en bij meisjes zelfs op 50,2 procent. Dit past in een algemene conclusie uit de studie. ‘Scholieren in het voortgezet onderwijs hebben over het algemeen minder gezonde eetpatronen dan scholieren van groep 8 van de basisschool. Naarmate middelbare scholieren ouder worden, ontbijten zij minder vaak, eten ze minder vaak fruit en drinken ze vaker frisdrank. Snoepen neemt echter af met de leeftijd’, aldus de onderzoekers.

Groente eten

Ook de consumptie van groente is gestegen onder 11-16-jarigen. Van de basisschoolleerlingen at in 2001 40,5 procent iedere dag groente, inmiddels is dat 47,2. Bij middelbare scholieren bedroeg de toename in dezelfde periode 4,2 procentpunt, van 40 naar 44,2 procent. Onderwijsniveau is een belangrijke indicator voor de consumptie van groente. Van de leerlingen uit het vmbo-beroepsgerichte onderwijs eet maar 35,1 procent dagelijks groente. Dat percentage stijgt naarmate het onderwijsniveau groeit, met vwo’ers en 59,8 procent als meest enthousiaste groente-eters onder de middelbare scholieren.

Snoep- en chocoladeconsumptie

Leerlingen in groep 8 van de basisschool zijn in de loop der jaren minder vaak chocolade en snoep gaan eten. In 2011 gaf nog 46,4 procent van de jongens en meisjes aan dagelijks dat soort producten te consumeren. Anno 2017 ligt dat percentage nog maar op 26,7 procent. Ook onder middelbare scholieren is de daling groot, van 40,5 naar 27,7 procent. De snoep- en chocoladepiek zit bij 13-jarigen (30,4 procent). Daarna neemt de consumptie gestaag af. Bij 16-jarigen eet nog maar 23,2 procent iedere dag chocolade of snoep.

Roken

De Nederlandse jeugd is aanzienlijk minder gaan roken. Waar in 2001 nog 66,6 procent van de 16-jarigen aangaf weleens te hebben gerookt, is dat in 2017 nog maar 35,3 procent. In 2001 was het kopen van rookwaar voor 16-jarigen nog legaal. Ook bij de leeftijdgroepen daaronder daalt het percentage rokers. Bij 14-jarigen had in 2001 nog 52,6 procent ooit gerookt, nu ligt dat percentage op 17,1 procent. Wanneer het aankomt op dagelijks roken gold dat bij 16-jarigen ooit voor 34,2 procent. Nu is dat nog maar 6,4 procent. Leerlingen aan het vmbo-b roken nog het meest dagelijks (6,5 procent), op vwo’s zijn nog nauwelijks dagelijkse rokers te vinden (0,3 procent). De e-sigaret, al dan niet met nicotine, is wel populair. Ruim een kwart van de middelbare scholieren heeft die ooit gebruikt. Bijna één op vijf heeft weleens een waterpijp
geprobeerd.

Alcohol drinken

Ook de leeftijdsgrens van alcohol is opgeschoven naar 18 jaar. De daling in consumptie is echter lager dan bij roken. Van de 16-jarigen heeft nog altijd de helft (49,9 procent) de afgelopen maand alcohol gedronken. In 2003 lag dat percentage op 89,8 procent. Onder 14-jarigen ligt het percentage op 23,7 procent, tegen 62,5 procent in 2003. Gezinsvorm heeft invloed op de hoeveelheid die gedronken wordt. Van de drinkende scholieren uit een onvolledig gezin consumeert 15 procent in het weekeinde meer dan tien glazen. Bij drinkende kinderen uit complete gezinnen ligt dit percentage op 8,2 procent.

Reageer op dit artikel