artikel

Finalisten SvhJ: Boon’s Markt Woudrichem

Events

WOUDRICHEM – De Boon’s Markt in Woudrichem onderscheidt zich met oude zekerheden in moderne tijden. Hoe een jonge, kleine formule het met regels uit 1888 opneemt tegen de grote jongens.

Finalisten SvhJ: Boon’s Markt Woudrichem

Slechts 2 jaar oud is de winkel (1200 m2) in het Brabantse Woudrichem en nu al staat hij in de finale van de Supermarkt van het Jaar-verkiezing. Bedrijfsleider Mark Verlijsdonk (44), eerder werkzaam onder de paraplu van MCD, is er sinds minuut één bij en denkt met genoegen aan de vorming van het huidige winkelteam. ‘We begonnen ter kennismaking met een paar dagen personeelstraining op de hei. Een onderdeel dat ik me nog goed kan herinneren was de paardencoaching. Wat dat is? Je moest het als groep voor elkaar zien te krijgen om een paard op een bepaald terrein naar een kunstmatige cirkel te begeleiden. Dat was inderdaad niet makkelijk. Niemand kende elkaar nog en ineens stonden we daar met dat paard.’

Vooral niet achterom kijken
Uiteindelijk kreeg team Boon’s Markt Woudrichem het ros in beweging. ‘Het geheim is dat je het paard laat zien dat niemand twijfelt. Dus je moet met z’n allen naar de cirkel lopen en vooral niet achterom kijken naar het paard. Alleen dan volgt het je. Je moet laten zien dat je met z’n allen één kant op gaat.’ Die eensgezindheid vertaalde zich naar een hechte onderlinge band. In sommige gevallen heel hecht. ‘De bakker en de slager zijn inmiddels met elkaar getrouwd’, weet Verlijsdonk.

Durven een slager in de winkel te zetten
Het personeel is nog steeds de grote kracht van Boon’s Markt Woudrichem. ‘Wat wij doen, is eigenlijk wat Elisabeth Boon in 1888 in gedachten had toen ze haar winkel begon. Alleen maar dat willen doen waar de klant om vraagt. Als een product er niet is, dan zorgen wij er voor dat ze het krijgen.’ Het personeel onderscheidt zich van de concurrentie onder meer op de versafdelingen. ‘Wij snijden bijvoorbeeld alle vleeswaren zelf. Wil de klant een half ons, dan krijgt hij dat. Wij durven een slager in de winkel te zetten. Zo kweek je goodwill bij de mensen, want de klant van Boon’s Markt wil dit soort producten. Ja, dat veroorzaakt hogere kosten, die we moeten zien te compenseren. Bijvoorbeeld door iets meer te vragen voor bepaalde kw-producten.’

Werkvloervraag
De winkel in Woudrichem biedt ook verse pizza’s aan. ‘We verkopen er dertig in de week. Voor een dorp als Woudrichem is dat veel. En we zijn, denk ik, uniek in het verkopen van twee sterren rundvlees. Dat krijg je hier nergens in de buurt. De prijs is gelijk aan het normale rundvlees van andere ketens.’ Boon’s Markt heeft een eigen term bedacht voor de balans tussen de kosten en de versverkoop: de werkvloervraag. ‘De klant moet op ieder moment bediend kunnen worden bij de versafdelingen. Dat kost wat en moet je op een andere manier zien te verrekenen. Het is wat onze klant wil en verwacht. En dan kom je weer uit bij die principes uit 1888.’

Gekke dingen doen
Verlijsdonk is duidelijk in zijn element met deze manier van werken. ‘Je vult met je team heel veel zelf in. Het hoofdkantoor heeft geen handboeken waarin alles is geformuleerd, maar staan je altijd bij als je hulp nodig hebt. Als het maar gericht is op de de klant. En ja, dan durf je gekke dingen te doen. Sinds de wedstrijd loop ik hier zes dagen in de week. Dat is niet iets wat is opgelegd door het hoofdkantoor, ik wil het zelf. En zo trek je de rest van het personeel ook mee, net als bij het paard. Je hoeft niet gek te zijn om hier te werken, maar het helpt wel.’

Reageer op dit artikel