nieuws

AH-franchisers verliezen ook hoger beroep

Branche & Bedrijf 8220

AH-franchisers verliezen ook hoger beroep

AMSTERDAM – Het Gerechtshof in Amsterdam heeft vrijwel alle eisen van de AH-franchisers in hun langlopende juridische conflict met Albert Heijn afgewezen.

Daarmee wordt het eerdere oordeel van de rechtbank Noord-Holland in Haarlem bevestigd. Die wees de vorderingen op 16 november 2016 al af. De zaak is aangespannen door de Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers (VAHFR) en draait om de zogenoemde onverdeelde marge. Volgens de franchisers onttrekt AH via allerhande trucs gelden hieraan, waardoor zij te veel betalen voor hun producten. Volgens Albert Heijn geven de franchisers een volledig nieuwe betekenis aan het begrip onverdeelde marge en willen ze eigenlijk een soort winstdeling met AH zonder het daarbij behorende risico.

Franchisers eisten vergoeding van AH

De franchisers eisten via juridische weg onder meer een vergoeding voor onterecht onttrokken inkomsten. De totale claim van de bij Albert Heijn aangesloten ondernemers betrof zo’n €200 miljoen. Daarnaast eisten de franchisers inzicht in delen van de administratie. Het Hof stelt AH echter op vrijwel alle punten in het gelijk. Uitzondering is een onderdeel dat in hoger beroep nieuw was.

Uitleg Gerechtshof voor afwijzen vorderingen

Het Gerechtshof legt uit: ‘Dat de vorderingen grotendeels worden afgewezen, houdt vooral verband met de uitleg door het hof van de standaard franchiseovereenkomst. Partijen spraken in die overeenkomst af dat de accountants van partijen de uitvoering van de franchiseovereenkomst controleren. Dat doen zij al jaren en vanaf een zeker moment zijn zij daarbij (in opdracht van partijen) ook gaan toetsen aan de hand van door partijen afgesproken normenkaders.’

Schriftelijke rapportage van de accountants

Het Gerechtshof stelt dat over de toets die is uitgevoerd en het overleg daarover tussen de accountants schriftelijk wordt gerapporteerd. ‘De uitleg die de accountants onder verantwoordelijkheid van partijen en op voor partijen kenbare wijze aan de franchiseovereenkomst hebben gegeven is daarmee voor de uitleg van het Hof bepalend.’

Reageer op dit artikel