blog

Rechter beschermt concurrentiepositie franchisenemer

Branche & Bedrijf 313

In bijna elke franchiseovereenkomst staat dat de franchisegever niet met de franchisenemer mag concurreren binnen zijn exclusieve rayon. Het is niet altijd duidelijk hoe je met een dergelijke afspraak moet omgaan wanneer de franchisegever een andere formule overneemt of samenvoegt, vooral als die andere formule ook vestigingen in jouw rayon heeft. Een blog van advocaat Cornelis Klepper.

Rechter beschermt concurrentiepositie franchisenemer
Cornelis Klepper (BVD Advocaten)

Recent boog de rechtbank Noord-Holland zich over die vraag in het geschil tussen een franchisenemer en Intertoys. Conclusie: de concurrentiepositie mag niet zomaar worden verslechterd door de franchisegever. In de overeenkomst tussen de franchisenemer en Intertoys is afgesproken dat Intertoys (zonder toestemming van de ondernemer) geen concurrentie  mag toestaan en niet zelf mag concurreren met de ondernemer in het verzorgingsgebied. Ook is toestemming van de ondernemer nodig als de franchisegever een extra vestigingspunt wil realiseren in het verzorgingsgebied.

Formules samengevoegd

Medio 2016 heeft moedermaatschappij Blokker Holding bekendgemaakt dat de formules Intertoys, Bart Smit en Toys XL worden samengevoegd onder de merknaam Intertoys. Dit betekende dat alle Bart Smit-winkels en Toys XL-winkels moesten worden omgebouwd naar Intertoys-winkels. Begin 2017 is al een kort geding gestart door een franchisenemer, om de ombouw van Bart Smit-winkels in de exclusieve gebieden tegen te houden. De voorzieningenrechter heeft toen geoordeeld dat het Intertoys en Bart Smit inderdaad niet vrij stond om de winkels om te bouwen.

Eind 2017 zag (een andere) franchisenemer dat de Bart Smit-winkels  in de exclusieve gebieden weliswaar niet waren omgebouwd naar een Intertoys-winkels, maar dat veel interne wijzigingen werden doorgevoerd waardoor feitelijk bijna sprake was van een Intertoys-winkel. Alleen de naam Intertoys ontbrak. Zo waren bijvoorbeeld het assortiment en de prijsstelling van Bart Smit vrijwel gelijk aan die van Intertoys, en werden commerciële activiteiten die voorheen waren voorbehouden aan Intertoys, nu ook door Bart Smit gehanteerd.

Concurrentieverbod

De franchisenemer stapte naar de rechter, om zijn franchisegever (Intertoys) en Bart Smit opnieuw tot de orde te roepen. De franchisegever verweerde zich, door te stellen dat geen sprake was van feitelijke overgang naar de Intertoys-formule. Daarnaast stelde de franchisegever dat de franchisenemer zich niet kon beroepen op het concurrentieverbod in de overeenkomst. Volgens Intertoys was ten tijde van het maken van die afspraak niet voorzien dat het voor de toekomstbestendigheid van de formule nodig zou zijn om Bart Smit en Intertoys samen te voegen.

De rechter maakt korte metten met dit argument. Het concurrentieverbod voor de franchisegever strekt ertoe de investering van de betrokken ondernemer te beschermen. Onder concurrentie valt ook het ombouwen van een Bart Smit-winkel tot een Intertoys-winkel. De afspraak kan echter niet worden doorbroken vanwege de plannen van de franchisegever.  Verder oordeelt de rechter dat uit de feitelijke gang van zaken wel degelijk blijkt dat door de Bart Smit-winkels meer en meer wordt geconcurreerd met de Intertoys-winkels. De rechter verbiedt Intertoys daarom nog langer te concurreren met haar eigen franchisenemer, op straffe van verbeurte van een flinke dwangsom (€ 2.000 per overtreding, vermeerderd met € 1.000 per dag tot een maximum van € 100.000,-).

 Geschreven door Cornelis Klepper, advocaat bij BVD Advocaten. 

Reageer op dit artikel