artikel

Splinternieuwe Plus Briljant opent in Weerselo

Branche & Bedrijf 280

WEERSELO – Plus-ondernemer Daniëlle Tijhuis neemt glunderend complimenten in ontvangst van klanten die haar nieuwe Plus in Weerselo bezoeken. Een traantje van vreugde en opluchting welt op in haar ooghoeken. ‘Dit ben ik, zo zit ik in elkaar’, zegt ze, staand naast haar vader Henk die in 1980 de toenmalige Vivo overnam.

Ja, dat was bijna 40 jaar geleden. Het was echt een pijpenla’, zegt vader Henk over de Vivo van 200 vierkante meter. ‘Ik ben trots op wat Daniëlle hier nu neerzet. Ze doet het goed, alles, het hele management.’ Hij kijkt nog eens om zich heen en omhoog naar het industriële open plafond. ‘De tijden veranderen. Ik ben nog uit de tijd van de witte systeemplafonds.’

Gedurende negen maanden bivakkeerde Daniëlle Tijhuis in een tijdelijke winkel op een industrieterrein. Die had ze het liefst ook zelf gebouwd om later te verhuren. Want zelf huren is eigenlijk geld weggooien, vindt ze. ‘Maar dat mocht niet van de gemeente. Ze vreesden dat ik zou blijven zitten.’

In de negen maanden werd de oude winkel gesloopt en ingeruild voor een nieuwe Plus Briljant 2.0 die geheel voor eigen rekening is gebouwd. Tijhuis: ‘Zonder het eigendom had dit ook niet gekund.’ Wat verrees is een supermarkt met een vvo van 971 vierkante meter, zo is op een informatiebord in de winkel te lezen. Het is een miljoeneninvestering in een dorp met amper 3000 inwoners en de nodige concurrentie in plaatsen als Tubbergen, Oldenzaal en Borne. Toch is de investering absoluut verantwoord, zegt de ondernemer. ‘Met deze supermarkt hebben de inwoners geen reden meer om buiten Weerselo boodschappen te doen.’

Geen kale doos, maar een speels vormgeven winkelpand met allure

Investeren met emotie

De investering is er niet een van alleen kille ratio, maar ook een van gevoel en emotie. ‘Het is altijd een droom geweest en dromen gaan verder dan ratio. Bovendien, als ondernemer moet je iets doen.’ Stilstand zou achteruitgang betekenen. ‘Als we nog vijf jaar op deze manier waren doorgegaan, waren we doodgebloed.’ Ook moet je als ondernemer af en toe risico durven nemen. ‘Je krijgt daar ook veel energie van. Zin om te ondernemen, om verder te gaan.’

Door dralen van de gemeente heeft het eigenlijk ook te lang geduurd voor er gebouwd werd. Het oude pand was versleten en werd amper nog onderhouden, al merkten de klanten daar niks van. Tijhuis: ‘De winkel stond er netjes bij. Het was schoon, de vakken waren op orde en de medewerkers klantvriendelijk, dan ben je een heel eind op weg. Maar als het regende stonden we met emmers op zolder.’ Bijna 10 jaar was er sprake van een centrumplan dat uiteindelijk niet doorging. ‘Toen zijn we zelf deze plek gaan ontwikkelen.’

Een mini-Makerij, maar geen slagerij, want die zit nog in het dorp

Informatieborden

In de winkel staan meer informatieborden dan die met het vloeroppervlak. Een bord vestigt de aandacht op lokaal assortiment. Op een ander bord staat te lezen dat wekelijks zo’n 6000 klanten de Plus bezoeken. ‘Dat was in de oude winkel’, haast Tijhuis zich te zeggen. ‘Ik heb gezegd dat ik nu naar de 7000 per week wil. Meer klanten moeten weekboodschappen doen. De winkelkarren moeten voller worden. Dat moet lukken met deze winkel.’

De Briljant 2.0 met een ‘mini-Makerij’ waar onder meer kippen worden gegrilld en maaltijden samengesteld, is niet alleen van binnen aantrekkelijk, ook het exterieur met de open entree nodigt uit. ‘Nee, het is geen doos. Ik wilde dat het de kwaliteit uitstraalt die past bij Plus. Laten zien dat hier echt wat staat’, zegt Tijhuis. Het verschil met de oude winkel is groot. ‘Die was heel gesloten, ik moest aan de klanten zien wat voor weer het was. Dus ik wilde per se daglicht en een open karakter.’

Borden met leuke weetjes, zoals oppervlakte en het aantal klanten

Beleving troef

De mini-Makerij is niet alleen functioneel, maar zorgt net als de bakkerij ook voor beleving. ‘Vroeger boden de slager, bakker en de groenteboer beleving en de supermarkt niet. Maar dat komt weer helemaal terug. We zijn niet meer alleen een winkel voor de massaverkoop.’ Zelf is ze vooral ook blij met de mini-Makerij. ‘Ik ben niet zo van het koken’, lacht ze. ‘Dus daar kan ik zelf goed terecht.’

Door het open karakter van de winkel, wat Tijhuis per se wilde, zijn de versafdelingen van buitenaf al zichtbaar. Vooral die hebben van de extra vierkante meters geprofiteerd. ‘Onze hoeveelheid vers, agf, vlees en vers gesneden vleeswaren zijn meer dan verdubbeld. En kaas is wel drie keer zo groot, net zoals bio en vega’, zegt een medewerkster. Ze zegt al veel positieve reacties van de eerste klanten te hebben gehad. ‘Die zijn ook enthousiast over de zelfscan.’

Dat laatste is wat Tijhuis betreft een moetje. ‘Je kunt niet meer zonder, maar ik ben een controlfreak en zou het liever niet zien.’ Het gaat haar niet zozeer om de derving maar om het voorraadbeheer. ‘Als de Fristi in de aanbieding is en een klant pakt tien pakken met vijf verschillende smaken, is de kans groot dat één pak tien keer wordt gescand. Dan klopt je voorraad niet meer.’

Juliëtte facetimet met broer Jipp, die de winkel live wil zien

Opvolging

Naast vader Henk is ook haar dochter Juliëtte in de winkel te vinden. Ze is, net als haar moeder even daarvoor, aan het facetimen met broer Jipp. Die loop stage op Bonaire, niet in een supermarkt. De vraag wie van de twee uiteindelijk de supermarkt overneemt, beantwoordt hij met een beslist ‘Ik’. Tijhuis moet er even later om lachen. Net zo min als zij door haar vader werd aangemoedigd, moedigt zij haar kinderen niet aan om voor het supermarktvak te kiezen. ‘Ik roep altijd, doe het niet. Het kost zo veel tijd.’ Op aandringen van haar vader volgde ze zelf ooit een andere studie en stond vijf jaar voor de klas. ‘Maar uiteindelijk trok de supermarkt het meest. Ik ging al op mijn tiende op zaterdag met mijn vader mee. Ik zit eigenlijk al bijna 40 jaar in dit vak.’ Ze snapt ook wel dat haar kinderen het vak leuk vinden, ondanks dat ze wel eens aandacht tekort kwamen door de winkel. ‘Je kunt ’s ochtends naar de winkel gaan met het voornemen dit en dit te doen en dat dan ’s avonds blijkt dat dat het enige is wat je niét hebt gedaan. Het is zo’n gevarieerd vak, geen dag is hetzelfde.’

Reageer op dit artikel