artikel

Stenen winkels winnen, of toch niet?

Branche & Bedrijf 3990

Stenen winkels winnen, of toch niet?
Nils van Dam (l) en Hans van Tellingen. Foto: Joep van der Pal.

De een denkt dat 30 tot 40 procent van de supermarkten in Nederland de komende jaren gaan verdwijnen vanwege de opkomst van e-commerce. De ander gelooft heilig in de fysieke supermarkt en denkt dat pure onlinespelers nooit en te nimmer winstgevend gaan worden. Voor Foodmagazine gingen Nils van Dam en Hans van Tellingen aan de hand van een vijftal stellingen de discussie met elkaar aan.

Stelling 1: Een groot deel van de Nederlandse supermarkten verdwijnt de komende jaren uit het straatbeeld.

Nils van Dam: ‘Mijn stelling hierover is gebaseerd op een aantal consumententrends en mathematica achter het businessmodel van winkels versus e-commerce. De marges in de fysieke retail zijn erg dun. Wat je ziet is dat, als slechts een klein percentage van de omzet in food verschuift naar thuislevering, dit een hele grote impact heeft op de winkelrentabiliteit. 5 procent verschuiving zorgt ervoor dat 30 tot 40 procent van de supermarkten in Nederland niet meer rendabel zullen zijn.’

Hans van Tellingen: ‘Om te beginnen: het is per definitie niet mogelijk om met een onlinepropositie winst te maken. Ik noem het de greater fool theory. Als Albert Heijn focust op meer onlinemarktaandeel, dan wordt van tevoren al een verlies ingecalculeerd, want een bezorging leidt per definitie tot verlies. Als AH met relatief klein verlies een groter marktaandeel online weet te bewerkstelligen dan bijvoorbeeld Jumbo, en draait Jumbo nóg meer verlies, dan is volgens de greater fool theory Albert Heijn de winnaar. Terwijl AH eigenlijk zichzelf alleen maar in de voet schiet om met dit soort verliesgevende activiteiten bezig te zijn.’

Hans van Tellingen

Hans van Tellingen. Foto: Joep van der Pal

‘Het totale online percentage in de supermarkt is momenteel 2,9. Het groeit wel, want AH, Jumbo en Picnic trappen op het investeringspedaal. Maar nog steeds is die 3 procent kleiner dan de totale groei van fysieke supermarkten op dit moment, die is 4 tot 5 procent. Mijn voorspelling is dat de aandeelhouders van AH op een gegeven moment zeggen: stop hiermee. In feite is bezorging zo oud als de weg naar Rome. Een paar honderd jaar geleden hadden we de marskramer. En de kruidenier. Die is doorgegaan tot de jaren vijftig, zestig. Die kruidenier is vervolgens weggevaagd door het grootwinkelbedrijf, door zelfbediening. En waarom? Een supermarkt kon goedkoper aan klanten leveren, omdat die zelf de spullen vergaren die ze nodig hebben. Dat is in alle opzichten een veel beter businessmodel.’

Gaan fysieke supermarkten verdwijnen?

Hans van Tellingen betwist de opmerking van Van Dam dat 1/3 van de supermarkten binnen een paar jaar verdwijnt.

Retail draait om de plek. Internet kan helpen mensen naar die plek te krijgen. Online en attractie zijn ondersteunend, het gaat om de transactie

Hans van Tellingen

Van Dam: ‘De groeiratio van online is hoog. Die is geen 3 procent, maar 25 of 30 procent per jaar. Dat is een tendens die je wereldwijd ziet; het is klein, maar groeit heel snel. Ik beweer ook niet dat op dit ogenblik thuislevering winstgevend is. Ik weet dat er heel veel speculaties en theorieën zijn of dat überhaupt winstgevend zou kunnen zijn. Dat wordt echter vooral bekeken door mensen die kijken naar de retailfunctie van online thuislevering. Het interessante van een aantal partijen die nu al winstgevend zijn, zoals Amazon en Ocado, is dat ze niet winstgevend zijn op het thuisleveringsmodel, maar op hun datamodel, hun clouddiensten, hun advertisingmodel. Dat noemen wij adjacent revenue streams. Wat ik zie gebeuren is dat online in food in de hele wereld groeit. Zijn dat allemaal greater fools? Dat zou best zo kunnen zijn, omdat competitie tussen grote retailers op korte termijn soms tot dwaas gedrag leidt. Maar op lange termijn gaat het model efficiënter worden en gefinancierd worden door de additionele inkomststromen. Het moeilijke voor huidige retailers is dat, als zij geen alternatieve omzet genereren die zo groot is om hun kortetermijnverlies te compenseren, ze ten onder gaan aan partijen die wel die revenue streams combineren, zoals Amazon.’

 

‘Een kleine verschuiving naar thuislevering zorgt ervoor dat heel veel winkels het niet zullen redden.’

Nils van Dam

Van Tellingen: Het is waar dat Amazon een piepklein winstje maakt vanwege hun clouddiensten. Maar Amazon is al voor 32 procent een fysieke aanbieder. Die investeert zich helemaal suf in vastgoed. Met de aankoop van Whole Foods bijvoorbeeld, maar ze openen ook overal boekenwinkels. Je kunt per definitie geen winst maken met online. Je moet op een gegeven moment fysiek.’

Van Dam: ‘Ik ben het gedeeltelijk eens met Hans. Ik denk namelijk dat er nog steeds een geweldige toekomst is voor experience-winkels, winkels waar mensen met plezier naartoe gaan. Maar die heel mooie, fantastische winkels willen ook veel traffic en willen daardoor op de beste locatie gevestigd zijn. En aangezien iedereen dat wil, gaan die prijzen omhoog. Dat zie je ook in de binnenstad van Amsterdam, waar het gewoon onbetaalbaar wordt omdat iedereen daar wil zitten. In China is men nu al op het moment aangekomen dat het door die hoge vastgoedprijzen in de rijke buurten van de grote steden goedkoper is geworden om via e-commerce te leveren. In Nederland ligt het allemaal nog wat lager, maar ook hier zullen de prijzen op toplocaties omhoog gaan.’

Nils van Dam

Nils van Dam. Foto: Joep van der Pal

Van Tellingen: ‘In Nederland en een hoop andere landen stijgen de meeste vastgoedprijzen op dit moment niet, zelfs niet in deze economische hoogconjunctuur. Op de meeste winkellocaties dalen huurprijzen op dit moment. Op 5th Avenue in New York is voor het eerst in de geschiedenis sprake van leegstand. Dat komt omdat die prijzen zo belachelijk hoog zijn, daar kun je niet tegenaan verdienen. En dus zie je op andere plekken in New York bijna geen leegstand, op plekken met lagere huurprijzen. En dan die experience store… Het gaat om de transactie en minder om de attractie. Die moet er wel zijn, die is ondersteunend, maar als er geen transactie plaatsvindt, heb je ook geen toekomst. Wat dat betreft vind ik dat retail draait om de plek. Internet kan helpen mensen naar die plek te krijgen met een leuke post op social media. Haal de mensen naar die plek toe en ze vinden het hartstikke leuk om op die plek te consumeren. Of dat nu een hapje of het kopen van producten is. Het liefst alles tegelijk. Dat is wat mij betreft de toekomst van retail. Online is ondersteunend, attractie is ondersteunend. Het blijft nog steeds om de plek gaan. Mijn voorspelling is dat dat nog belangrijker wordt in de toekomst.’

Hans van Tellingen is afgestudeerd als geograaf. Hij is al 26 jaar directeur van Strabo. Strabo houdt zich bezig met onderzoek op het gebied van vastgoed. In 2013 begon Van Tellingen met schrijven. Na ‘#WatNouEindeVanWinkels’ verscheen vorig jaar ‘Waarom Stenen Winkels Winnen (en webwinkels verliezen)’. Van Tellingen spreekt graag over de ‘Middenlander’, de gemiddelde Nederlander. ‘Dat is iemand die niet in de binnenstad van Amsterdam of Utrecht woont, maar in Etten-Leur, Hoofddorp of Apeldoorn. Die mensen zijn de toekomst van de retail. Niet die 10 à 20 procent die de Bijenkorf kan betalen, maar de gemiddelde mensen die gewoon naar Blokker gaan.’

Stelling 2: De online winkel is onontbeerlijk om klanten naar je fysieke supermarkt te blijven trekken.

Van Tellingen: ‘In mijn verhaal en mijn boeken ligt de focus op fysieke winkels, maar verder ben ik heel erg voor online, ik omarm het internet om het zo maar uit te drukken. Waarom? Oriënteer je op het internet, bestel desnoods op internet, maar koop fysiek of haal het product fysiek op. Waarom? Als je eenmaal in de winkel bent, krijg je ook nog eens de lange kassabon. Je hebt het ene product besteld dat je kennelijk nodig hebt en op die plek denk je: dat heb ik nodig, en dat ook. Het verschil tussen online en offline is een korte en een lange kassabon. Lok mensen naar die fysieke plek toe door bijvoorbeeld een cadeautje aan te bieden. Dan zul je zien dat juist het internet heeft geholpen om meer omzet te generen, fysieke omzet. Zo’n omnichannel-aanpak? Daar ben ik helemaal voor.’

 

‘Amazon, Tesla, AirBnB en Uber bestaan alleen maar omdat investeerders zo gek zijn om er heel veel geld in te stoppen. Dat gaat een keertje stoppen.’

Hans van Tellingen

Van Dam: ‘Ik ben het niet eens met die stelling. Omdat ik niet vind dat online onontbeerlijk is voor offline. Ik denk wel dat offline onontbeerlijk is voor online. En in omnichannel geloven we waarschijnlijk allebei. Ik zeg niet dat je absoluut online moet hebben. Als jij een perfect offlineretailconcept hebt dat veel mensen aantrekt, moet je daar zeker mee doorgaan. Het managen van omnichannel is bijzonder moeilijk en overigens ook niet onmiddelijk winstgevend. Ik vind het ook heel verstandig dat Amazon aan winkels doet. Maar het gaat om het evenwicht tussen het aantal winkels en je onlinebusiness. Ik denk dat de kans heel groot is dat dat fundamenteel gaat veranderen. Hoeveel winkels heeft Albert Heijn nodig? Als ze een grote online aanwezigheid hebben, hebben ze veel minder winkels nodig dan nu. Wouter Kolk geeft dat overigens al toe, weliswaar omzichtig.’

Van Tellingen: ‘Die moest weg hè, die is vervangen.’

Van Dam: ‘…Hij anticipeert al dat hij niet al die winkels nodig heeft. Daarboven, als je over greater fool theory spreekt, waarom blijven die retailers allemaal investeren in die winkels? Hans vraagt dan waarom ze allemaal in e-commerce investeren. Maar de gedachte daarachter is hetzelfde. De retailers hebben de overtuiging dat er een consolidatiefase komt. Dus investeren ze allemaal volop in e-commerce en in nieuwe winkels. Ik noem dat de last man standing. Want als jij de laatst overgeblevene bent, of één van de laatste twee of drie, dan is fysieke retail ook weer veel aantrekkelijker en is er evenwicht ontstaan. Ik ben een grote believer in winkels, iedereen heeft winkels nodig. Winkels geven vertrouwen, je kunt ze als flagshipstore gebruiken en soms geven winkels meer convenience dan thuislevering. Maar een kleine verschuiving naar thuislevering zorgt ervoor dat heel veel winkels het niet zullen redden. Het mathematische model ervoor is ook nog niet betwist door de vele retailers aan wie ik het heb laten zien.’

 

Wat Picnic nu aan het doen is, is een soort guerrilla- oorlog. Als Amazon of Alibaba komen, gaat het niet om straat voor straat maar direct nationaal’

Nils van Dam

Van Tellingen: ‘U heeft beweerd dat ongeveer een derde van de winkels verdwijnt. Ik denk ook wel dat er een paar honderd zijn die het niet gaan redden. Maar dat heeft weinig met online te maken. Er zal eens een kleine buurtsuper in krimpgebieden verdwijnen. Maar ik denk dat het metrage en misschien zelfs het aantal supermarkten de komende jaren alleen maar zal toenemen. U zegt dat alle supermarkten online volop het gaspedaal intrappen, maar dat klopt niet. Dat zijn AH en Jumbo, en Picnic. Zij doen dat inderdaad, maar voor de rest is het een terugtrekkende beweging. Lidl trekt thuisbezorging terug in de VS, zelfs Amazon doet dat in de VS met food. En in Nederland zal Dirk er nooit aan beginnen. Hetzelfde geldt voor Jan Linders. Vomar is wel begonnen, maar heeft zich al grotendeels teruggetrokken. Plus en Spar doen het maar dat is meer als tegemoetkoming voor de ouden van dagen, die zien dit niet als verdienmodel. Verder is het zo dat het verdienmodel van de meeste supermarkten op dit moment prima in orde is. Het is altijd een kwestie van heel smalle marges, maar die marges zijn de afgelopen jaren groter geworden. De meeste supers doen hele goede zaken. En als ze dat niet doen, zoals Emté, worden ze op een gegeven moment overgenomen.’

Hans van Tellingen

Hans van Tellingen. Foto: Joep van der Pal

Van Dam: ‘Het enige dat ik wil aangeven, is dat er een zeer plausibel scenario is dat het dunne verdienmodel van de winkel bedreigt. En dat een heel kleine verschuiving een heel grote impact heeft. U gaat er van uit dat e-commerce niet winstgevend kan zijn, en voor de korte termijn zijn we het daarover eens. Ik zeg ook dat het niet winstgevend hoeft te zijn, want je hebt aanpalende omzetstromen. U zegt dat e-commerce niet groot wordt, omdat het niet winstgevend kan zijn en daarom zouden er maar een paar honderd stenen supermarkten verdwijnen. De kans dat online in food naar 5 tot 10 procent gaat, is aanzienlijk. Als je uitgaat van de behoefte van de consument aan gemak, is het allermakkelijkste vanuit je luie stoel de grote boodschappen thuisbezorgd krijgen. Kijk naar het gedrag van de millennials, die zich helemaal aanwennen om het kleinste pakketje nog diezelfde dag of een dag later te laten leveren. De consumentenbehoefte is er. En aangezien die alleen maar groter wordt, zeg ik dat het heel waarschijnlijk is dat die thuislevering van food een verschuiving teweegbrengt die meer dan enkele honderden winkels betreft.’

Van Tellingen: ‘Het grappige van millennials is dat het net mensen zijn, alleen een beetje jonger. Ze wonen, zeker als ze hoogopgeleid zijn, in het centrum van Amsterdam, Utrecht of Eindhoven. Op een gegeven moment worden ze 30, krijgen ze kinderen en dan gaan ze naar Hoofddorp, Amstelveen, Zeist of Houten. Dan gaan ze zich net zo gedragen als u en ik 20 jaar geleden. Ze zouden best kunnen bestellen bij Picnic, want die levert aan huis. Maar Picnic heeft niet genoeg te bieden, dus gaan ze naar de fysieke supermarkt. En dan worden die kinderen wat groter, wat doen ze dan? Dan gaan ze naar de fysieke winkel toe, omdat het daar heel leuk en gezellig is. Met andere woorden, millennials worden echte mensen. Ze zijn niet anders dan wij, het is gewoon een generatieverschil.’

Nils van Dam – half Belg, half Nederlander – werkte vrijwel zijn hele leven bij Unilever. Zijn laatste functie, die hij 6 jaar bekleedde bij het bedrijf, was die van algemeen directeur voor België en Luxemburg. Daarvoor was hij hoofd van de margarine- en mayonaisedivisie voor Europa en Rusland en hoofd marketing voor de Benelux. Momenteel werkt hij als consultant bij Duval Union Consulting. ‘Wij helpen bedrijven futureproof te maken. Ik specialiseer mezelf daarbij in food en foodretail vanwege mijn achtergrond’, aldus Van Dam.

Stelling 3: De efficiency van online boodschappen doen weegt voor klanten zwaarder dan het sociale aspect van boodschappen doen in een fysieke winkel.

Van Dam: ‘Er is zeker een sociale behoefte, net zoals een experiencebehoefte en een conveniencebehoefte. Die bestaan naast elkaar. Mensen vinden het gezellig om te gaan winkelen, hun buren te ontmoeten, met de winkelmedewerkers te praten. Dat bestaat en zal blijven bestaan. En hoe kleiner het dorp, hoe groter die behoefte. En in steden gaat dit wellicht terugkomen, omdat wij als mens nou eenmaal sociale wezens zijn met een sociale behoefte die moet worden ingevuld.

Nils van Dam

Nils van Dam. Foto: Joep van der Pal

Van Tellingen: ‘Mijn dochter is 17, generatie Z. Ze vindt het fantastisch om met haar vriendinnen naar het winkelcentrum te gaan. Dan posten ze op Instagram of Snapchat dat ze aan het winkelen zijn. Het grappige is dat jongens winkelen verschrikkelijk vinden, maar wel naar het winkelcentrum gaan. Want die willen meisjes ontmoeten. Winkelen is onderdeel van ons wezen, ons zijn, ons DNA zelfs. En eigenlijk is het een prelude op de voortplanting.’

Van Dam: ‘Ik denk dat we dit wat moeten verbijzonderen. Ik denk dat mensen inderdaad graag winkelen, maar het gaat om wat voor soort winkelen. Ik denk dat er niet veel mensen zijn die graag met kratten bier, blikken soep en andere dagelijks boodschappen sjouwen. En echt niemand staat graag te wachten aan de kassa. Er zijn niet heel veel mensen die dagelijkse boodschappen gezellig vinden.’

 

‘Er zijn niet heel veel mensen die dagelijkse boodschappen doen leuk vinden.’

Nils van Dam

Van Tellingen: ‘70 tot 80 procent van de mensen vindt dat wel leuk.’

Van Dam: ‘Dan houd je nog 30 procent van de mensen over. Ik wil er best in meegaan dat 70 procent het gezellig vindt. Dan moet u met mij meegaan dat 30 procent van de mensen het niet gezellig vindt. Dan kom je terug tot mijn stelling: ik beweer niet dat het leeuwendeel van alle boodschappen binnen 10 jaar in Nederland wordt thuisgeleverd. Ik zeg: wauw mensen, als het gewoon maar 5 procent is wat thuisgeleverd wordt, dan zal dat de winkelarchitectuur helemaal veranderen. Dan zal ik die berekening samen met u ook nog een keer doen. Dan spreken we echt over meer dan honderden winkels.’

Van Tellingen: ‘U schrijft dat met een kleine 5 procent stijging er meer dan honderden winkels weggaan. Dat klopt niet als de fysieke supermarkten in absolute termen nog steeds sneller groeien dan het totale marktaandeel van online. Met andere woorden: netto verdwijnen er geen supermarkten, de hele fysieke supermarktbranche zit nog steeds fors in de groei.’

 

‘Het grappige van millennials is dat het net mensen zijn, alleen wat jonger.’

Hans van Tellingen

Van Dam: ‘Door prijsverhoging, veel minder dan door volume. Dat is geen duurzaam businessmodel.’

Van Tellingen: ‘De groei komt door meerwaarde toe te voegen. In de meeste supermarkten kun je gewoon maaltijden krijgen. Dat is voor drukke millennials of ex-millennials in de Randstad vaak een oplossing. Terwijl buurtsupers in de periferie juist nog meer in trek zijn dan vroeger, omdat de kerk niet meer bestaat. De supermarkt is eigenlijk de sociale ontmoetingsplaats. Dus zal de AH zijn winkel daar niet snel terugtrekken. Het is misschien wel zo dat een zelfstandige super, of een hele kleine keten in de periferie, op een gegeven moment wordt opgeslokt door een grotere jongen. Ik denk dat het netto-effect is dat er de komende jaren eerder meer dan minder supers komen. Zelfs als het online aandeel stijgt van 2,9 naar 5 of 6 procent in 2025.’

Wil de klant nog naar fysieke supermarkten?

Van Tellingen en Van Dam in discussie over de vraag of het sociale aspect van de fysieke winkel voor bestaansrecht zorgt.

Van Dam: ‘Vanaf het moment dat er een buitenlandse speler, zoals Amazon of Alibaba, komt, gaat het spelletje veranderen. Zolang we ons kunnen herinneren is de Nederlandse markt niet bedreigd door buitenlandse spelers die een snelle, grote schok teweegbrachten. Uiteraard kwamen Aldi en Lidl, maar dat is allemaal geleidelijk gegaan.’

Van Tellingen: ‘Met name Lidl is toch aardig disruptief, hoor.’

Van Dam: ‘De groei gaat heel langzaam. Want je moet een buurt veroveren. Als je een winkel opent in een dorp in midden-Nederland waar nog een andere winkel zit, moet je flink je best doen. Dat is eigenlijk een guerrilla-oorlog, straat voor straat moet worden veroverd. Het is wat Picnic nu aan het doen is met zijn wagentjes. Terwijl als je met e-commerce komt, zoals Amazon of Alibaba, gaat het niet om straat voor straat, maar direct nationaal.’

Van Tellingen: ‘Als Amazon komt, zullen Coolblue en Bol.com daar last van hebben. Voor supermarkten vraag ik mij dat ten zeerste af. Omdat de posities van Albert Heijn en Jumbo heel sterk zijn, met heel veel sympathie van de klanten. Als je te veel vanuit techniek denkt, lijkt het net alsof alles wat technisch mogelijk is zal gaan gebeuren. Maar het gaat erom of consumenten het gaan accepteren. En in dit geval accepteren ze dat maar in beperkte mate. Ik zou zeggen: stop met de online-activiteiten en focus je op betere fysieke supermarkten. Want die hebben wel toekomst. Online zal het je nooit en te nimmer lukken om winst te maken. Of Amazon in Nederland is geïnteresseerd? Ik vraag het me ten zeerste af. Ik denk dat Amazon in de problemen komt voordat ze überhaupt naar Nederland komen. Amazon, Tesla, AirBnB, Uber, het zijn allemaal piramidespelen. Er moet heel veel geld bij, ze bestaan alleen maar omdat investeerders vanuit die greater fool theory zo gek zijn om er heel veel geld in te stoppen. Dat gaat een keertje stoppen.’

Stelling 4: De online klant is een slechtere klant dan de fysieke klant. De gemiddelde besteding is weliswaar hoger, maar hij shopt minder vaak en is ook niet of moeilijk te verleiden tot impulsaankoop.

Van Dam: ‘Alle statistieken die ik ken geven aan dat een omnichannel klant een betere klant is dan de offline klant en overigens ook beter dan een pure online klant. Een voller mandje, meer trouw, et cetera.’

Van Tellingen: ‘Het levert alleen geen geld op. Dus hoe lang blijft die online klant bestaan? Daarnaast is de offline klant vaker in de supermarkt, drie keer per week blijkt uit ons eigen onderzoek. Uiteindelijk besteedt zo’n klant meer in de fysieke supermarkt dan hij online doet. Bij online is het eens per week ongeveer €80. Het heeft te maken met verleidingen, met grabbelen en graaien door dingen die in de aanbieding zijn. Wat men ook probeert online om mensen te verleiden tot het aankopen van meer dan één product, het lukt maar zeer matig. Dan heb je nog de kostenstructuur. Picnic zegt: we hebben geen fysieke supermarkten, dus kunnen we winst maken op termijn. Dat is onzin. Het huren van winkelpanden betreft voor fysieke supermarkten meestal maar 2 of 3 procent van de omzet. Hooguit 4 procent. Dus Picnic kan hooguit 4 procent besparen maar uiteindelijk hebben ze veel meer kosten aan personeel, aan die leuke hippe busjes en aan het op tijd bezorgen.’

 

‘Winkelen is onderdeel van ons wezen, ons zijn, ons DNA zelfs. En eigenlijk is het een prelude op de voortplanting’

Hans van Tellingen

Van Dam: ‘Je hebt natuurlijk ook de winkelinrichting die maar 7 jaar meegaat. Dat moet je ook meetellen. Het zijn veel hogere percentages dan alleen de huur. Ik ga dat voor een nieuw artikel eens uitrekenen. Dan zou je wel eens kunnen schrikken wat het kost om een winkelpand te vinden, dat mooi in te richten en om de 7 jaar te verbeteren. Er is ook hoe langer hoe meer technologie voor nodig. En dan heb je natuurlijk nog personeel nodig om die winkel te runnen. Het is een interessant onderzoeksdomein, hoeveel kost nu een fysieke winkel? Dan kunnen we dat veel scherper afzetten tegen de kosten van e-commerce.’

Welke klant levert meer op?

Nils van Dam en Hans van Tellingen in discussie over de stelling: ‘De online klant is een slechtere klant dan de fysieke klant.’

Stelling 5: Het online model is logistiek gezien onhoudbaar. De stroom bezorgbusjes in woonwijken en binnensteden is een te grote belasting voor het verkeer.

Van Tellingen: ‘Daar zijn al studies naar verricht en dat klopt wel, helemaal voor binnensteden. De tendens is om de auto zoveel mogelijk te weren en dan komen er ineens allemaal bestelbusjes voor terug. Dat is maatschappelijk niet wenselijk en daarnaast heel kostbaar.’

Van Dam: ‘Daar ben ik het mee eens. Het is maatschappelijk niet wenselijk, niet goed voor het milieu en ook niet efficiënt. Dus komt er een oplossing. Het is veel efficiënter om die pakjes in routings te organiseren, zoals een postbode doet of zoals vroeger de SRV-man en nu Picnic. Als er geen bedrijf is dat dit gaat organiseren, doet de overheid het. Er zijn al steden in België waar je met bezorgbusjes alleen tussen bepaalde uren binnen mag komen. Vanaf het moment dat je die routing hebt georganiseerd kun je al die andere pakjes integreren. We weten dat Picnic nu ook de pakjes van Zalando mee terug neemt, en het interessante is dat dit een alternatieve inkomstenstroom is. Zalando is bereid om Picnic hier voor te betalen.’

Nils van Dam

Nils van Dam. Foto: Joep van der Pal

Van Tellingen: ‘De enige twee voordelen die online boodschappen doen hebben voor de consument zijn prijs, want men rekent geen bezorgkosten, en de mogelijkheid om te laten bezorgen op tijdstippen dat klanten dit willen. Wat u nu beschrijft is eigenlijk dat de consument zich moet voegen naar de wensen van een stad en dat wil de consument juist niet. Dus als een van de belangrijkste voordelen van het online bezorgen wegvalt, zal de consument ook niet meer zo vaak online bestellen. Mensen willen het thuisbezorgd hebben op een moment dat ze daadwerkelijk thuis zijn. Dat kan behoorlijk conflicteren met bezorgtijden die door een gemeente worden gegenereerd.’

Van Dam: ‘Die consument wil inderdaad beleverd worden wanneer hij wil. Van het moment dat je efficiëntie creëert in dat beleveringssysteem kan je gemakkelijk drie of vier keer per dag in een zelfde straat rijden, als je maar genoeg volume hebt. Het voordeel van de foodmarkt is dat die zo waanzinnig groot is. Ik geloof in flexibele belevermomenten, maar ook in schaaleffect. Waarbij je misschien een regulatie krijgt van het aantal partijen die je toestaat ergens rond te rijden, of alleen met elektrische voertuigen. Ik denk dat dat gaat gebeuren. Het zou in ieder geval goed zijn voor het milieu om te beperken dat al die consumenten met hun auto boodschappen heen en weer sleuren in halflege wagens. En dus heb ik in een artikel al eens uitgerekend dat wanneer je dat voor 50 procent van de boodschappen doet, je vijf keer minder kilometers nodig hebt met het routingsysteem ten opzichte van de consument die heen en weer rijdt.’

 

‘Het gaat om het evenwicht tussen het aantal winkels en je online-business. Dat gaat veranderen. Hoeveel winkels heeft AH nodig bij een grote online presence?’

Nils van Dam

Van Tellingen: ‘Maar die markt zal nooit zo groot worden als het maar tot 6 of 7 procent beperkt blijft. Daarnaast nog even terug naar wat u eerder zei, dat we liever niet sjouwen met bulkproducten. Die laten we dan graag bezorgen. Alleen zijn dat nu voor de supermarkt juist de producten waar helemaal geen marge op zit. Dus het verlies zal alleen maar groter worden. Als mensen wat willen eten laten ze zich graag inspireren door wat er op dat moment wordt aangeboden. Voor dat soort producten, waar marge op zit, gaat men wel naar de supermarkt. Producten waar geen marge of minmarge op zit worden dan ook nog eens bezorgd waardoor de negatieve marge alleen maar groter zou worden. Wat u zegt is een soort utopische wereld met een heleboel mensen die online bestellen waardoor het een beetje te reguleren is. Maar de wereld is helaas niet utopisch, de wereld is gewoon een hele prettige, chaotische mensenmassa. Er heerst een marktmechanisme en uiteindelijk bepaalt de consument. Als die wil dat het op dit moment bezorgd wordt, dan moet dat ook gebeuren. En ook gratis. Als dat niet gebeurt, gaat de consument andere opties zoeken.’

Hans van Tellingen

Hans van Tellingen. Foto: Joep van der Pal

Van Dam: ‘Het interessante is dat alle partijen die daarmee bezig zijn, zeggen dat 50 procent van het mandje uit vers bestaat, ook in Nederland en België. Dat is dus inclusief al die producten waar de retailer een goede marge op maakt. Bovendien trachten de meeste thuisleveraars die mix een beetje te beheersen. Dus als u twee kratten bier en een rolletje drop wilt bestellen, zal gratis thuislevering worden afgeremd.’

Van Tellingen: ‘Ik vind het allemaal een beetje toekomstmuziek, spielerei. Ik kijk naar de cijfers zoals het nu is, en ik kijk naar de cijfers hoe het over een paar jaar is. Dat marktaandeel is nu 2,9 procent het zal in 2025 misschien 6 of 7 procent zijn. Mijn voorspelling is, en we kunnen daar een online of offline gekocht kratje wijn op zetten, dat het marktaandeel niet meer dan dat wordt. En dat het daarna ook niet verder zal doorgroeien. Het zal zelfs verder gaan dalen. Internet is niks meer dan een distributiemiddel, het is geen doel op zich. Internet is geen concurrentie voor fysieke supermarkten, het is een middel om mensen meer naar fysieke supermarkten toe te halen.’

Reageer op dit artikel