artikel

Acht manieren waarop de franchisewet ondernemers gaat helpen

Branche & Bedrijf 747

Acht manieren waarop de franchisewet ondernemers gaat helpen
Foto: Shutterstock

DEN HAAG – Het concept voor de nieuwe franchisewet is gepubliceerd. Maar wat gaat deze wet betekenen voor ondernemers in de supermarktbranche? Samen met advocaat Alex Dolphijn zet Distrifood acht manieren op een rijtje waarop de nieuwe wet supermarktondernemers gaat helpen.

De nieuwe franchisewet zal de onderhandelingspositie van ondernemers in gesprekken met franchisegevers versterken, zo stelt staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat. Heel mooi voor de supermarktondernemer, zo’n algemene boodschap, maar wat betekent die wet nu concreet voor de winkelier? Distrifood vroeg aan advocaat Alex Dolphijn, van advocatenkantoor Ludwig & Van Dam, om meer duidelijkheid. ‘Dit zal forse impact hebben op de verhoudingen tussen supermarktorganisaties en de ondernemers.’

Terug naar 2012, terug naar de zaak Van Gameren. Albert Heijn beloofde in dat jaar aan ondernemer Leon van Gameren, overgestapt van C1000, een bepaalde omzetprognose. Volgens de ondernemer veranderde AH de omzetprognose toen het de marktleider duidelijk werd wat de werkelijke C1000-omzet van Van Gameren was. Zonder hem daarover te informeren. Albert Heijn ontkende de prognose op het laatste moment te hebben aangepast. Wat volgde was een jarenlang slepende procedure.

1. Recht op alle relevante informatie

Dolphijn hoopt dat de nieuwe franchisewet een dergelijke zaak in de toekomst zal voorkomen. Zo is de supermarktorganisatie straks verplicht vooraf alle mogelijke relevante informatie te geven aan een aspirant-ondernemer wanneer hij overstapt naar de formule. ‘In de kwestie van Van Gameren is wel gebleken hoe lastig het is om duidelijk te maken dat er selectieve informatie verstrekt wordt’, zegt Dolphijn. ‘Supermarktorganisaties staan er om bekend niet scheutig te zijn met het geven van alle noodzakelijke informatie. Straks moeten zij alles delen met de aspirant-franchisenemer. Denk dan aan vestigingsplaatsonderzoeken en prognoses. Supermarktorganisaties beschikken over big data en voor ondernemers die zich bij hen aansluiten is transparante informatieverschaffing nu eenmaal essentieel om de exploitatiemogelijkheden juist in te schatten.’

2. Relevante informatie moet tijdig worden verstrekt

Voor het verstrekken van de informatie bij een overstap geldt straks een termijn. ‘Vier weken voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst moet alle mogelijk relevante informatie aan de aspirant-franchisenemer worden medegedeeld. Binnen die termijn mag de voorgestelde samenwerking niet gewijzigd worden.’ Nu heeft de ondernemer volgens Dolphijn niet de tijd om de situatie te overzien. ‘Contracten zijn voor niet-juristen vaak lastig leesbaar. Er zijn gevallen bekend waarin supermarktondernemers worden verleid om met een organisatie in zee te gaan en hun handtekening te zetten. Achteraf realiseren ze zich er toch niet goed over nagedacht te hebben. Helaas komen wij dit in de praktijk veel tegen. Soms is er ook sprake van hoge (tijds)druk op ondernemers wegens overnames. Denk aan de gehaaste overstap van C1000-ondernemers binnen de door de NMa gestelde termijn. Er zijn diverse ondernemers die vlak na de overgang van hun C1000-winkel spijt kregen en, soms noodgedwongen, afstand van hun winkel deden. Ook bij Emté spelen nu dergelijke aspecten.’ Het doel van de voorgestelde regel is volgens Dolphijn om een afkoelingsperiode te creëren. ‘Daarmee geef je de ondernemer de tijd en de rust om het aanbod goed te overwegen. Niet alleen kunnen overhaaste en ondoordachte beslissingen worden voorkomen, ook kan de tijd worden gebruikt om advies in te winnen bij deskundigen. Denkbaar is ook dat ondernemers niet altijd een maand nodig hebben om tot een goede afweging te komen. Dan is het alleen maar nadelig dat een franchisenemer tijdens die periode nog helemaal niets mag doen.’

 

‘Zo zijn er enkele Emté’s omgebouwd naar Jumbo in en nabij de verzorgingsgebieden van Jumbo-franchisenemers. Dat is in strijd met de zorgplicht’

Alex Dolphijn

3. Verplichte bijstand en commercië en technische ondersteuning

Een andere bekende zaak uit het verleden is de strijd tussen C1000-ondernemer Jan van Garderen en C1000 en Jumbo. Van Garderen exploiteerde lange tijd een succesvolle C1000 in winkelcentrum Buitenmere in Almere Buiten. In 2010 moest hij noodgedwongen verhuizen toen de eigenaar van dit winkelcentrum besloot dat Buitenmere op de schop moest. Daarna veranderde alles voor Van Garderen. Zijn nieuwe supermarkt zat in een bouwput, de parkeergarage was niet klaar, klanten bleven weg, de huurprijs bleek te hoog en door een nieuw conditiestelsel moest hij als ondernemer meer fee betalen. Van Garderen raakte verwikkeld in een juridische strijd met C1000 en de combinatie C1000/Jumbo. Na een lange strijd gooide hij de handdoek in de ring en droeg de winkel over.
Hoe zou die zaak zijn verlopen onder de nieuwe franchisewet? Volgens Dolphijn zou C1000 in dat geval verplicht zijn om Van Garderen zowel ‘bijstand als commerciële en technische ondersteuning’ te geven. De advocaat vat dit samen onder de zorgplicht van de franchisegever. ‘In de supermarktbranche geldt dit bij uitstek, omdat de franchisenemer compleet afhankelijk is van de supermarktorganisatie. Als voorbeeld van bijstand kan worden gedacht aan het meedenken in oplossingen bij tegenvallende resultaten, het inlossen van betalingsachterstanden en niet te snel over te gaan tot een leveringsstop. Ook het behoeden van het drama van de heer Van Garderen met zijn enorme C1000 in Almere Buiten, terwijl de C1000-formule in de etalage stond, had onder de zorgplicht kunnen worden geschaard.’ Dolphijn haalt een actuele situatie aan waarbij deze regels zouden gelden. ‘Van de verplichte bijstand door de franchisegever is geen sprake als de supermarktorganisatie een filiaal in het verzorgingsgebied van de eigen franchisenemer vestigt. Zo zijn er enkele Emté’s omgebouwd naar Jumbo in en nabij de verzorgingsgebieden van Jumbo-franchisenemers. Dat is in strijd met de zorgplicht.’

4. Meer transparantie rond conditiestelsels

Een belangrijke zaak die nu speelt, is de strijd tussen de vereniging van Albert Heijn-franchisenemers (VAHFR) en Albert Heijn over de verdeling van onverdeelde marge. Volgens Dolphijn biedt de voorgestelde wet de AH-franchisers nieuwe mogelijkheden. ‘Voor supermarktondernemers is het lastig verborgen inkomsten van de supermarktorganisatie te bewijzen. Door de nieuwe wet zullen supermarktorganisaties meer transparantie moeten verschaffen in hun conditiestelsels. Jumbo is daar goed mee op weg. Bij Albert Heijn loopt er, zoals bekend, een procedure. De ondernemersvereniging van Albert Heijn (VAHFR) zou hiermee wel eens nieuwe ijzers in het vuur kunnen hebben in de langlopende rechtszaak.’

5. Wettelijke overlegverplichting

De wet zegt ook dat franchisegevers en franchisenemers minstens eenmaal per jaar overleg voeren over de samenwerking. Dolphijn: ‘Nu geldt er geen wettelijke overlegverplichting. Wie hier het initiatief moet nemen, is niet exact bepaald, maar het lijkt er op dat in ieder geval de franchisegever voldoende inspanningen moet leveren om met de franchisenemer om tafel te gaan.’

 

‘Ook als de franchisegever een formule gaat exploiteren die geheel of grotendeels overeenkomt met de franchiseformule die de franchisenemers exploiteren, is instemming van de ondernemers vereist’

Alex Dolphijn

6. Betere bescherming marktgebied

Mona Keijzer wil ook dat franchisegevers straks niet ‘zonder meer een afgeleide formule kunnen starten’ in het marktgebied van franchisers. Dolphijn legt uit wat dat betekent voor de winkelier. ‘Dat gaat over het voorkomen van kannibalisatie door de supermarkt-organisatie op de eigen franchisenemers. Erkend zijn de kannibaliserende activiteiten van supermarktorganisaties via webshops, zoals Bol.com, maar ook formules als AH To Go en Jumbo City. Franchisenemers zullen met de voorgestelde regeling meer handvatten hebben om hier tegenin te gaan.’

7. Instemmingsrecht wijzigingen franchiseovereenkomst

Dan het wijzigen van de franchiseovereenkomst. De nieuwe wet zegt dat wijzigingen alleen met instemming van de franchisenemer mogen worden doorgevoerd. ‘Ook als de franchisegever een formule gaat exploiteren die geheel of grotendeels overeenkomt met de franchiseformule die de franchisenemers exploiteren, is instemming van de ondernemers vereist’, zegt Dolphijn. ‘Het komt bij vrijwel alle formules voor dat periodiek de huisstijl wijzigt, er investeringen in software en inventaris nodig zijn, of dat er andere maatregelen door de supermarktorganisatie worden voorgeschreven. Als de franchisenemers zich goed verenigen, biedt de voorgestelde regeling betere middelen om zich te wapenen tegen het doorvoeren van wijzigingen. Zo wijzigen supermarktorganisaties nogal eens exclusieve verzorgingsgebieden, werken conditiestelsels bij en draaien aan de knoppen van de kosten en de marges. Allemaal erg ondoorzichtig. Hopelijk verbetert dat met de invoering van de nieuwe regels.’

8. Meer nadruk op goede afspraak goodwill

Tot slot gaat Dolphijn in op de goodwill-vergoeding bij het einde van een franchiseovereenkomst. ‘Soms is er helemaal geen afspraak over goodwill. Als die afspraak er is, dan is het vaak een onduidelijke regeling in een side-letter (aanvullend document waarin afspraken staan die buiten het officiële contract zijn gehouden, red.). ‘Er is dan een groot verschil tussen vrije en gebonden ondernemers. Vrije ondernemers (ondernemers die exploiteren vanuit een eigen pand, red.) worden nogal eens op slinkse wijze door supermarktorganisaties gebonden. Te denken valt aan koopopties en voorkeursrechten op exploitaties en vastgoed. Daarbij worden dan royale bedragen als goodwill afgesproken. Eenmaal gebonden hebben ondernemers soms helemaal geen recht op goodwill, of slechts een fractie, gezien de machtige positie van de organisatie. Met de voorgestelde regeling zal er meer nadruk komen op een goede afspraak over goodwill en zal hopelijk de machtsongelijkheid tussen ondernemer en de supermarktorganisatie afnemen.’

Reageer op dit artikel