Een jaar lang de supermarkt ontduiken uit principe

Voor activist en ondernemer Emile Corré is het duidelijk: de supermarkt heeft een veel te grote monopoliepositie in de voedselbranche. Na het hamsteren tijdens de eerste coronagolf ging de knop om. Hij besloot een jaar lang geen stap meer in een supermarkt te zetten.
Delen:

Twee uur per dag spendeert Corré aan zijn voeding, van verzamelen bij lokale producenten tot aan het uiteindelijk nuttigen. ‘Daarbij speel ik wel een beetje vals, want ik kom voor mijn werk bij veel lokale producenten.’ Het zoeken, ‘sourcen’, contact met de mensen en het bereiden van zijn eten, vond Corré vooral heel fijn. ‘En in elk land in Europa buiten Nederland is het heel normaal om een uur te nemen voor je lunch, en ’s avonds ook een uur te nemen voor je avondeten. Dat klinkt als veel, maar wij zijn juist de uitzondering’, zegt Corré. Daar mogen we ook over nadenken, vindt hij: ‘Hebben we heel veel tijd over in Nederland, omdat we snel naar de supermarkt gaan? Nee, die tijd vult zich gewoon met andere keuzes. Meer werken, meer doen, is niet altijd efficiënt.’ Soms vergeten we wat voor rol voedsel kan spelen in de maatschappij, stelt de jonge ondernemer. ‘Het leven draait om met respect met jezelf en het leven omgaan en mensen zien. Dat kan allemaal heel goed met voedsel. Als we per persoon iets meer tijd nemen, kunnen we altijd een betere impact creëren.’

Over Emile Corré:

‘Als ondernemer en activist ben ik altijd bezig met het tackelen van problemen binnen de voedselindustrie. Ik heb een frisdrankmerk: Roze Bunker. Ik heb voor frisdrank gekozen omdat dit een van de meest vervuilende producten is die aan wordt geboden in een supermarkt. Wat nou als we dat omdraaien, en daarmee juist problemen oplossen? Elke smaak van Roze Bunker is gekoppeld aan een probleem binnen de voedselindustrie. We proberen het eerste positieve frisdrankmerk te zijn, door problemen in die voedselindustrie te tackelen: we maken geen afval, planten bossen, zijn bezig met biodiversiteit, we verwerken afval uit de industrie. De positieve impact staat zo boven de winst. We komen binnenkort met een smaak die Kill Cola heet, daarmee gaan we afval verwerken van de grote frisdrankmeren.

Wanneer besloot je om een jaar geen supermarkt meer te bezoeken?
‘Toen je zag dat iedereen ging hamsteren tijdens corona en enorm hard die supermarkt indook. En iedereen alle lokale producenten eigenlijk vergat. Alleen restaurants kochten nog bij lokale producenten. Die afnemers vielen eigenlijk ook weg door corona. Eigenlijk kwamen alle lokale producenten zonder afname te zitten en de supermarkt ging alleen maar meer verkopen.’

‘Door de politieke beslissing om restaurants ook dicht te gooien, kwam er een verschuiving in de verkoop van voedsel. Ik vond dat een enorm scheve verhouding, zeker toen dit niet excessief belast werd voor de supermarkt. Ik vind dat de staat de supermarkten meteen had moeten belasten en dat geld had moeten investeren in de lokale keten. Ik denk dat de lokale keten er dan veel sterker uit was gekomen. Dan hadden zij zich niet alleen uit de dip omhoog hoeven vechten.’ ‘Supermarkten hebben een monopoliepositie en niemand houdt ze tegen. Iedereen gaat erheen en daar kan een consument ook niet meer omheen. De politiek had moeten zeggen tijdens corona: als er zo veel winst wordt gemaakt door een sector, niet alleen de foodretail, dan moet dat belast worden en dat geld gaan naar onderdelen binnen de samenleving waarmee het minder goed gaat. De politiek kan deze keuze maken in tijden van crisis. Het geld gaat te weinig naar de mensen die het harde werk doen.’

Waarom is de supermarktbranche dan zo slecht volgens jou?
‘Ik zie leden van de supermarktbranche niet als slechte mensen, we hebben een heel vooruitstrevende supermarktbranche. Maar in Nederland zijn we zo gefocust op meer winst en efficiëntie, dat het vervallen van de sociale rol van de supermarkt enorm veel mensen dupeert. De supermarkt is heel fijn omdat het je heel makkelijk wordt gemaakt. Maar hoe makkelijker iets je wordt gemaakt, hoe minder je nadenkt. Dat is het doel van de supermarkt. Dat je een pakket voor soep kunt pakken en dat je gezond eten kunt maken zonder daarover na te denken. Dat dit wordt ontwikkeld is super, maar het gevaar is dat mensen hun connectie met eten kwijtraken als ze niet meer nadenken over voedsel.’ ‘Ik denk dat langzaam omgaan met eten belangrijk is omdat het een primaire levensbehoefte is. Het is niet iets wat je gedachteloos moet consumeren. Het moet iets zijn waar je liefde voor voelt en mee bezig bent. Ik snap dat dat niet alle dagen zo kan zijn, maar ga, wanneer dat mogelijk is, langzamer met eten om dan wat de supermarkt mogelijk maakt.’

Wat is de meerwaarde van langzaam omgaan met voedsel?
‘We zijn in Nederland heel efficiënt. Soms is dat goed, maar soms ook heel slecht. Economische efficiëntie betekent niet dat we goed omgaan met alles. Denk aan onze bodem. Als je heel veel wortels uit een vierkante kilometer kunt halen, dan is dat efficiënt voor de supermarkt omdat de wortelprijs naar beneden kan. Maar over 5 jaar is de gezondheid van die bodem gewoon kapot. Op korte termijn is dit dus efficiënt, maar op lange termijn niet.’

‘Ik ben opgevoed met een connectie met lokale landbouw. Of ik nou ging vissen met mijn opa of mee was om te werken in de moestuin van mijn vader. Als je een connectie hebt met de ingrediënten die je eet, wil je niet dat de producent van de producten die je eet slecht wordt behandeld. Ik denk dat de supermarkt heel veel druk legt op de producenten. En de supermarkt laat consumenten bepaalde keuzes maken in wat ze kopen en koken. Ik denk dat die keten heel veel afstand heeft tot de natuur of tot de producenten of boeren. Dat is voor mij de kern. Op een gezonde manier met de planeet omgaan, of op een gezonde manier omgaan met de mensen die in de natuur
werken, zoals de boeren.’

Hoe zouden we dat het beste kunnen verbeteren als het aan jou ligt?
‘Ik denk dat er heel veel opties zijn om dit te verbeteren. Er moet in ieder geval voor meerdere opties worden gekozen. De landbouw zou enorm moeten innoveren: efficiënt zijn en traditioneler zijn. Ik geloof bijvoorbeeld heel erg in een toekomst waarin melk niet meer door een koe gemaakt wordt, maar door een machine. En dat steeds meer dierlijke producten worden vervangen door plantaardige producten, maar dat er wel dierlijke producten blijven bestaan. En dat die dierlijke producten dan op een traditionelere manier worden gemaakt, waardoor ze duurder worden, maar wel op een respectvollere manier naar natuur en dier te verkrijgen zijn. Er zal dan een transitie plaatsvinden in het verkoop- en verdienmodel van de supermarkten.’

Hoe haalbaar is dat?
‘Ik denk dat dat kan en haalbaar is. Mensen bewegen daar nu al naartoe, mede door corona. Er wordt meer tijd gemaakt voor dingen die écht belangrijk zijn. We moeten alleen niet denken dat je iedereen onder hetzelfde kunt schalen. Net als bij duurzaamheid: dat is niet iets dat we als geheel kunnen behalen, het is een horizon. Dat is hetzelfde hierbij. Er zijn groepen die hier heel goed naartoe kunnen werken en er zijn groepen waar de supermarkt perfect naar bedient. En ook die mensen leven al duurzamer door sturing van de supermarkt.’

‘Iedereen moet zelf zijn verantwoordelijkheid daarin kiezen, maar de supermarkt heeft soms een giftig effect op die keuzes, omdat het zó makkelijk is. Gevaarlijk wil ik het niet noemen, want dat is niet constructief, maar als je niet weet wat je doet laat je je leiden door commercie. Dat is niet slecht, maar wel heel jammer. Marketing is daar zo sterk in geworden. En dat slaat allemaal terug op hoe dat voor de boer en de bodem is. Ik zou willen dat dat meer geleid wordt door wat goed is voor de planeet en minder door wat goed is voor de supermarkt.’

'Het geld gaat te weinig naar de mensen die het hard werk doen'

‘Maar ik snap het ook, hè? We worden er moe van dat het met de planeet niet goed gaat, zo vaak horen we het. Iedereen heeft het gevoel van: Jaha, we weten het wel. We zitten in onze Europese superbubbel waarin het goed gaat, dus het is ook moeilijk om te horen. Maar wat ik niet snap: we horen dit en wat doen wij? We gaan flitsbezorgen. Dat je nóg sneller je blikje frisdrank hebt. Ik vind dat ondernemen je de kracht geeft om iets te verbeteren aan de wereld. En dan gaan andere ondernemers die kracht gebruiken om het nóg kutter te maken. Dat begrijp ik niet. Dan denk ik ‘What the…’? Waar zijn we nou mee bezig? Het rijmt niet met deze tijd.’

‘Bedrijven moeten hun verantwoordelijkheden nemen. Een onderneming floreert alleen maar als het een positieve bijdrage levert, of een positieve impact creëert. Voor mij is een onderneming niet winst maken, maar het leveren van een positieve impact. Ik vind dat je dan als grote speler, zoals een Albert Heijn, verplicht bent om in te leveren en zo een betere samenleving te creëren met een langdurige
toekomst voor de landbouw. Supermarkten zouden sowieso meer belast moeten worden op vervuilende producten die zij verkopen. Dan zal het product duurder worden, waardoor de consument ook naar de lokale producent gaat.’

Je zet vaker campagnes en acties op, zou je dit mét de supermarktbranche willen doen?
‘Ik zou heel graag met supermarkten in gesprek gaan. Maar ik ga niet een soort marketingjongen worden die ze gaat helpen om greenwashing naar buiten te brengen. Dus ik krijg weleens aanbiedingen of ik voor grote spelers een campagne op wil zetten. Maar dat doe ik alleen als ik zeker weet dat de impact belangrijker is dan de winst.