Klant is het kind van de rekening

Plus-bedrijfsleider Hugo Bouman kijkt om zich heen en ziet gerommel in Websuperland. Maar wat moet hij ermee?

Het rommelt weer eens in Websuperland. En ik weet niet goed wat ik er mee aan moet. Ik was net een beetje gewend aan Picnic, die in 6 jaar tijd een knappe tweede plek heeft weten te veroveren op onze onlinefoodmarkt. Nu moet ik alweer wennen aan een nieuw fenomeen. De Flitsbezorger. Gorillas, Getir en Flink maken hun eerste voorzichtige stapjes op Nederlandse bodem. De belofte is simpel, binnen 10 minuten jouw boodschappen thuisbezorgd. De ambities zijn torenhoog: de grootste worden. We kijken er met argusogen naar, want we weten niet goed of hun activiteiten verstorend kunnen uitwerken op onze handel. En ik denk dat het terecht is om ook een beetje bang te zijn.

Maar wat zijn dit nu voor bedrijven? En waarom bestaan ze? Zijn het nu supermarkten of zijn het tech-bedrijven? Bestaan ze omdat de Nederlandse consument een dringende behoefte heeft om boodschappen binnen 10 minuten na bestellen thuisbezorgd te hebben of zit er iets anders achter? Bestaan ze omdat er een onuitputtelijke bron van (bijna) gratis geld van durfinvesteerders is, die allemaal op zoek zijn naar de volgende financiële klapper? Het zal een gewogen mix van beide zijn.

De eerste harde euro moet nog worden verdiend in De Nederlandse Websuper


Natuurlijk vindt de consument – wanneer je ernaar vraagt – het fijn om maximaal te worden ontzorgd en bediend. Dus er kan omzet worden gemaakt. Maar kun je daar dan ook een goede boterham mee verdienen? Het verdienmodel van deze bedrijven zit voorlopig niet in een rendabele exploitatie. De eerste harde euro moet nog worden verdiend in De Nederlandse Websuper. Die leuke jonge hippe start-ups doen dat dus anders. Snel groeien, de grootste worden, de rest kapot concurreren. En dan je bedrijf naar de beurs brengen of verkopen aan een bestaande grote speler die voldoende vet op de botten heeft en voldoende kennis in huis heeft om de bedrijfsactiviteiten op te nemen in de eigen organisatie. En die er dan hopelijk ook weer wat beter van wordt.

Wie er in dat scenario sowieso beter van wordt, dat is die durfinvesteerder. Niet altijd natuurlijk, maar wanneer twee op de 10 investeringen financieel succesvol uitpakken, dan zijn die vele geïnvesteerde miljoenen dubbel en dwars terugverdiend. Dit verdienmodel heeft nog maar weinig te maken met het traditionele supermarktbedrijf. Of zelfs met de klassieke economische wetten van vraag en aanbod. Is het nu slim om hier met je traditionele supermarkt als kip zonder kop achteraan te hollen of is een pas op de plaats verstandiger? De vele miljoenen die we dagelijks stukslaan om het onrendabele onlinekanaal in de lucht te houden, moeten nog altijd wel worden betaald. En uiteindelijk is onze klant hier het kind van de rekening. Niet die felbegeerde 10 procent van de klanten die straks (na lang en stevig aandringen) online hun boodschappen bestellen, maar die andere 90 procent. Die gelukkig nog gewoon in de winkel van steen hun boodschappen doen.

Nu weet ik nog steeds niet goed wat ik er allemaal mee aan moet. Maar ik denk in ieder geval niet dat ik met deze partijen moet gaan concurreren op een vlak waar ik het nooit van ze kan winnen. De snelste, de meest innovatieve of de goedkoopste willen zijn… Laat ik er dan in ieder geval maar heel goed naar kijken, dan kan ik er allicht nog iets van leren en er zelf beter van worden.