Op de pof boodschappen doen

Advocaat Victor van Ahee verbaast zich over de lange betalingstermijn die sommige bedrijven hanteren. Hij is niet de enige, nu ligt een wetsvoorstel op tafel om een wettelijk maximum aan die termijn te stellen.
Archieffoto: Distrifood

Het lijkt misschien een open deur, maar als ik boodschappen doe, betaal ik ze direct. Soms kom je de winkel zelfs niet uit als je geen betalingsbewijs hebt om te scannen. Inmiddels is dat heel normaal en kijkt niemand daarvan op.

Tegelijkertijd hanteren veel bedrijven die ons de boodschappen leveren zelf een heel ander betalingsbeleid. Veel supermarkten hadden, in ieder geval tot voor kort, een betalingstermijn van 60 dagen (na de factuur) in hun inkoopvoorwaarden staan, sommige zelfs 90 dagen. Dat deze bedrijven zo lang kunnen wachten met betalen, komt door de macht die ze in de praktijk hebben. Leveranciers kunnen de lange betalingstermijn uiteraard niet accepteren en geen zaken meer doen, maar dan verliezen ze een (grote) klant.

Door deze macht van grote bedrijven in de voedingsmiddelensector kunnen die bedrijven daarmee in feite twee maanden gratis geld lenen. Een uitstel van betaling is immers ook een soort lening. Tegelijkertijd hebben de leveranciers een tekort. Zij moeten namelijk wachten op de betaling van de factuur, maar ondertussen moeten ze wel nieuwe producten maken en lonen doorbetalen. Als ze dat geld niet hebben, moeten ze het lenen van de bank. Zeker in economisch slechte tijden kan een lange betaaltermijn van klanten grote gevolgen hebben voor een klein bedrijf.

Dit financieringsgat bedraagt zelfs €55 miljard


Deze scheve situatie, waarbij grotere bedrijven een scheef betalingsbeleid hanteren, wordt door de wetgever aangepakt. Volgens onderzoek naar het betalingsgedrag van ‘grote bedrijven’ aan het midden- en kleinbedrijf is er een financieringsgat tussen de betalingstermijn van de crediteuren van het mkb en de betalingstermijn van de afnemers van het mkb. Dit financieringsgat bedraagt zelfs €55 miljard. Om dit financieringsgat aan te pakken wordt een nieuwe wet ingevoerd.

Het wetsvoorstel beperkt de betalingstermijn van grote bedrijven aan kleine bedrijven tot maximaal 30 dagen. Het voorstel geldt voor alle grote bedrijven die voldoen aan enkele vereisten, zoals meer dan 250 werknemers en een omzet van meer dan €40 miljoen, die moeten betalen aan een klein bedrijf dat niet aan die vereiste voldoet. Als een debiteur (het grote bedrijf) dan niet binnen 30 dagen betaalt, gaat er een wettelijke handelsrente van 8 procent op jaarbasis lopen. Dat kan flink oplopen, waardoor er dan zeker geen sprake meer is van ‘gratis lenen’.

Partijen kunnen niet van de nieuwe betalingstermijn afwijken, dus als een langere termijn in het contract staat, dan geldt die langere termijn niet en kan na die 30 dagen de handelsrente in rekening worden gebracht.

Het wetsvoorstel is nog aanhangig bij de Tweede Kamer, maar daar is weinig weerstand tegen zo lijkt het. Het is aan de andere kant wel jammer dat er een wet voor nodig is om grote bedrijven betalingsdiscipline op te leggen, waar zij dit zelf eisen van hun klanten.

Tot de wet is aangenomen zouden we dus kunnen proberen om bij de kassamedewerker van de supermarkt weg te komen met een betalingstermijn van 60 dagen. Gelijke monniken, gelijke kappen.