artikel

Achtergrond: Jeroen Sterk over de franchisecode

Branche & Bedrijf 3645

Achtergrond: Jeroen Sterk over de franchisecode

ROTTERDAM – De nieuwe franchisecode moet de macht tussen franchisegevers en –nemers weer meer in balans brengen. Advocaat Jeroen Sterk, van Ludwig & Van Dam uit Rotterdam, zet vier plussen en twee minnen ten opzichte van de Europese Erecode Franchise op een rijtje.

+ Franchisenemers zijn niet uit te sluiten van formuleonderdelen.
‘De toelichting op de verplichting van de franchisegever suggereert dat hij franchisenemers niet mag uitsluiten van formuleonderdelen en zijn eigen ondernemer niet mag beconcurreren. In het licht van AH.nl en de Allerhande Box is dat een interessant artikel.’

+ De NFC geldt voor alle (collectieve) afspraken tussen franchisegever en -nemer.
‘Afspraken mogen niet stelselmatig door sideletters naast het contract worden ondermijnd. Die zijn nu schering en inslag. In deze afsprakenbrieven staan soms extreme bedingen, bijvoorbeeld dat als een franchisenemer zich niet houdt aan de formuleafspraken, hij de winkel tegen €1 moet terugverkopen. Dat hij maximaal een bepaald percentage van de omzet voor personeel mag inzetten. Of hoe veel hij privé mag opnemen, of welke accountant hij moet kiezen. Dat wordt met de nieuwe code aan banden gelegd.’

+ Het eigendom van klantendata.
‘Klantendata, zoals van de Bonuskaart van AH, worden met de nieuwe code ook toegankelijk voor de franchisenemer en over het eigendom moeten afspraken worden gemaakt. Ondernemers verzamelen nu de data en de formule doet daarmee op maat gesneden aanbiedingen, terwijl de ondernemer die data niet lokaal kan en mag gebruiken. De data worden zelfs tegen hem gebruikt. Zoals AH.nl doet met tailormade aanbiedingen in het exclusieve marktgebied van een franchiser.’

+ Concurrentiebedingen worden aan banden gelegd.
‘Non-concurrentiebedingen worden beperkt tot het exclusiviteitsgebied. Dat houdt in dat een franchisenemer die stopt bij een formule, buiten de directe omgeving voortaan wél met een andere formule in zee kan gaan en dan bijvoorbeeld niet het jaar uit het beding hoeft af te wachten. Ook zou niet het inroepen van het eerste kooprecht van een winkel aan de wil van de franchisegever kunnen zijn voorbehouden. Die wijzen nu meestal de koper aan. Bovendien dient de waardebepaling objectief te gebeuren.’

– Prognoses nog steeds niet verplicht.
‘In de nieuwe code wordt de verantwoordelijkheid voor ondeugdelijke prognoses, meer dan in de huidige rechtspraak, teruggelegd bij de franchisenemer. Die heeft nu ook een onderzoeksplicht, maar een ondeugdelijk onderzoek van zijn kant ontslaat de franchisegever momenteel niet van zijn verantwoordelijkheid voor een ondeugdelijke prognose. Bovendien is in de nieuwe code een franchisegever niet verplicht deze te geven, zelfs als hij die wél heeft of gemakkelijk beschikbaar kan maken. Als een supermarktondernemer €3 miljoen investeert moet die toch kunnen vertrouwen op een goede prognose. Dat moet in de Europese Erecode rond franchising in beginsel wél. Wat dat betreft wordt de klok teruggezet. Dat is een gemiste kans. Ook een gemiste kans is de voor herstel van het evenwicht in prognoseprocedure noodzakelijke omkering van de bewijslast. Gerechtvaardigde zaken van franchisenemers sneuvelen geregeld op de ‘bewijsnood’ waarin ze verkeren door zwijgende franchisegevers.’

– Juridisch is de code een merkwaardig fenomeen.
‘De nieuwe code heeft een hybride karakter. Het is deels een gedragscode met daarbij in de toelichting een reeks extra regels die bindend zijn en waarin bepalingen aanmerkelijk zijn aangescherpt. De vraag is wat rechters daarmee doen.’

Het complete artikel met nog veel meer aan- en opmerkingen over de franchisecode is gepubliceerd in het maart-nummer van het blad Foodmagazine. Dit verhaal is voor abonnees van Foodmagazine online te lezen.

Wordt abonnee van Foodmagazine >>>

Reageer op dit artikel