artikel

Zes vragen aan: Philip den Ouden (ex-FNLI)

Fabrikanten 1165

DEN HAAG – Philip den Ouden was vanaf de oprichting in 2004 van de overkoepelende brancheorganisatie Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI). Onlangs nam hij afscheid. Distrifood stelde hem zes prangende vragen.

Zes vragen aan: Philip den Ouden (ex-FNLI)
Foto: Ton Kastermans

1. Welke ontwikkeling in de branche heeft u in die dertien jaar het meest verbaasd?

Philip den Ouden: ‘Het zijn er eigenlijk twee. Op de eerste plaats de terughoudendheid die door supermarkten en fabrikanten aan de dag is gelegd ten aanzien van de digitalisering. De houding was vaak: och, het loopt zo’n vaart niet, het zal onze tijd wel duren en het is toch meer iets voor non-food. Dat heb ik nooit goed begrepen. De tweede is dat levensmiddelen onlosmakelijk zijn verbonden met gezondheid, voedselveiligheid en duurzaamheid. In dat proces laaien de discussies vaak hoog op. Wat me heeft verbaasd, is de rol die politici daarin spelen. Zij spreken nogal eens voor de bühne en verkondigen meningen die niet zijn gebaseerd op feiten.’

2. Hebben merkartikelfabrikanten online kansen laten liggen?

Philip den Ouden: ‘Ik denk wel dat er kansen zijn geweest. Fransen spreken altijd over La Distribution, supermarkten hebben een logistieke functie met een commercieel etiket. Ik denk dat fabrikanten de mogelijkheid hebben gehad om een eigen logistiek platform, wat een supermarkt feitelijk is, te bouwen. Met een commercieel neutrale functie. Ze hebben het niet gedaan. Het blijkt in de praktijk toch moeilijk om die operatie en het assortiment goed op orde te krijgen. Ja, je hebt nu in Nederland, naar Deens voorbeeld, het Shobr-initiatief, waarbij fabrikanten direct aan consumenten leveren. Ik weet niet of het wat wordt, maar in Denemarken is het vooralsnog geen groot succes.’

4. Wat vindt u van de toenemende invloed van actiegroepen?

Philip den Ouden: ‘Daarmee moet je dealen. Actiegroepen zijn op zichzelf nog wel een overzichtelijk geheel, en met een aantal is prima te praten. Wakker Dier is wat anders; die organisatie wil uiteindelijk dat supermarkten geen vlees verkopen van een dier dat is geslacht. Lastiger is de opkomst van sociale media, waar iedereen zonder terughoudendheid een mening kan ventileren. Facebook waar allerlei zelfbenoemde voedingsgoeroes met een paar duizend volgers actief zijn. Ik denk dat wij onvoldoende erin zijn geslaagd onze rol op dat platform op te eisen. Dat is ook niet zo eenvoudig. Meedoen in een maatschappelijke discussie is niet iets wat traditioneel bij levensmiddelenfabrikanten hoort. Maar ik vind wel dat het moet. Fabrikanten moeten durven laten zien waarom ze dingen doen die ze doen; achter hun merken vandaan komen en zich niet verschuilen. Niet E-nummers uit producten verwijderen om maar van de maatschappelijke druk af te zijn. Ga discussies aan en laat consumenten meedenken over bijvoorbeeld een verpakking voor een nieuw product. De angst dat ze met zo’n houding de regie over hun eigen processen verliezen, is niet nodig. Dat is mijn vaste overtuiging. Transparantie en het vertrouwensvraagstuk zijn de grootste issues.’

5. Hoe beoordeelt u de machtsconcentratie/consolidatie die in de branche heeft plaatsgevonden?

Philip den Ouden: ‘Concentraties zijn vaak het gevolg van heftige prijsconcurrentie, waardoor de focus vooral op kostenreductie ligt. Dat is een proces dat eindig is. Je ziet nu al de eerste tekenen van het omgekeerde. Unilever gaat zijn margarinedivisie afstoten. En de grootste groei bij merken zit op dit moment bij kleine en lokale merken; niet bij de grote merkartikelfabrikanten. Bij supermarkten zie je een zelfde soort ontwikkeling. Blurring en online tasten oude machtsblokken aan. Hoeveel kan de omzet per vierkante meter in supermarkten dalen als het van bricks naar clicks gaat?’

6. Is de rol van de FNLI in die dertien jaar veranderd?

Philip den Ouden: ‘Ik denk dat we een duidelijker beeld van onze werkgebieden hebben gekregen; wat doen we wel en wat niet? Maar het belangrijkste is toch dat we als belangenbehartiger minder moeten reageren, maar proactief worden. Laten zien waar onze prachtige industrie voor staat.’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels