nieuws

Supers verliezen slag rond borrelshops

Branche & Bedrijf 6518

AMSTERDAM – Supermarkten hebben opnieuw een gevoelige tik gekregen als het gaat om borrelshops in de winkel. De Raad van State veegde een hoger beroep van het CBL en Vomar van tafel.

Supers verliezen slag rond borrelshops
Borrelshop in een supermarkt.

Het hoger beroep had betrekking op een zaak die al sinds 2015 speelt. Destijds besloot de gemeente Amsterdam niet handhavend op te treden tegen Vomar en de manier waarop die keten zijn borrelshop aan het Gulden Winckelplantsoen exploiteert.

In het gelijk gesteld

De SlijtersUnie vond dat handhaven wel zou moeten en is nu in het gelijk gesteld. Volgens Arjan Loo, advocaat bij Poelmann Van den Broek Advocaten, betekent de uitspraak van de RvS dat supermarkten weer een manier verliezen om de borrelshop uit te baten zonder onnodige personeelsinzet. Bij Vomar was de borrelshop ‘gesloten’, tenzij er een klant de ruimte betrad. Dan voorzag een medewerker vanachter een balie deze klant van zijn drank. ‘Volgens Vomar was er pas bedrijvigheid in de ruimte wanneer er een medewerker kwam. Daar valt wat voor te zeggen, maar de Raad ging niet mee in deze gedachte’, aldus Loo.

Meerdere rechtszaken afgelopen jaren

Volgens hem zijn supermarkten op grote schaal (ruim 1100 supers hebben een borrelshop,berekende Distrifood eerder) illegaal bezig door klanten, zonder aanwezigheid van een medewerker, toe te laten tot de borrelshops. Rondom die vraag speelden afgelopen jaren al meerdere rechtszaken, allemaal aangespannen door de SlijtersUnie. ‘Gemeenten zijn wel verplicht om te handhaven, maar lang niet overal wordt daar prioriteit aan gegeven. Er wordt maar bar weinig gehandhaafd, dus je kunt je afvragen welke feitelijke gevolgen deze uitspraak nu heeft’, zegt Loo.

Ruimte volledig afgesloten

De advocaat stelt dat de enige legale optie die supermarkten nu nog hebben voor een borrelshop, een ruimte is die volledig afgesloten is en ‘on demand’ door een medewerker wordt geopend. Volgens hem is er nog wel een argument dat vooralsnog door geen enkele supermarkt is gebruikt in een zaak tegen SlijtersUnie. ‘Een medewerker moet in de slijterij of in een daarbij behorende ruimte zijn. Je kunt je afvragen of kantoor of klantenservice daar ook bij behoren. Immers, als een klant een klacht heeft over de slijterij, zal hij zich ook tot die balie wenden. Je zou dan de feitelijke binding moeten aantonen tussen de slijterij en die ruimte. Dan is er altijd een medewerker ‘in’ de slijterij aanwezig.’

Zie ook: RvS: leidinggevende moet in borrelshops

Reageer op dit artikel