artikel

Hoe Niek en Tijn Leussink de ZO2Z-Award wonnen

Branche & Bedrijf 1045

AALTEN – Lef hebben, durven ondernemen en jezelf continu ontwikkelen als ondernemer. Jumbo-multifranchisers en broers Niek en Tijn Leussink denken dat ze daarmee de ZO2Z-Award van het Vakcentrum wonnen. Distrifood keek mee om te zien hoe ze dat lef en ondernemerschap in de dagelijkse praktijk brengen in hun Jumbo in Aalten.

Hoe Niek en Tijn Leussink de ZO2Z-Award wonnen
Foto: Distrifood

Niet te bang’ en ‘altijd samenwerken en de win-win vinden’. Het zijn de twee lijfspreuken van de broers Niek en Tijn Leussink die samen vier vestigingen van Jumbo, twee Gall & Gall-slijterijen en een Etos uitbaten. Daarnaast storten ze zich sinds kort op de horeca, en ze staan met minisupermarkten op grote festivals als de Zwarte Cross.

Al een keer eerder tweede

De winst in de ondernemerswedstrijd ZO2Z-Award kwam niet uit de lucht vallen. Twee jaar geleden werden de ondernemers al tweede, achter Erwin Binneveld die met Spar University tot beste ondernemer werd uitgeroepen. In de twee edities dáárvoor waren de broers provinciewinnaar. ‘We hebben van iedere deelname geleerd en ons ondernemerschap al die jaren verder ontwikkeld. We zijn daardoor veel meer allround ondernemers geworden.’ Ze zeggen onder meer veel te hebben opgestoken van Binneveld. Die adviseerde hen hoe ze in korte tijd de honderden leerlingen kunnen bedienen, die tussen de middag hun Jumbo in Aalten bezoeken. Ze ontwikkelden met zijn denkwijze een scholierenhoek, waar de jongeren een snack en drankje kunnen scoren. ‘Alles is op snelheid gericht. Scholieren hebben maar kort pauze.’

Zelfsturende teams

Opgaand met de ontwikkeling van hun eigen ondernemerschap, stimuleren ze ook hun medewerkers ondernemender te worden. De teams van hun vier Jumbo-vestigingen zijn sinds enige tijd zelfsturend. De winkels hebben geen bedrijfsleider, maar een meerkoppige leiding met drie afdelingsmanagers. Dat werkt uitstekend. ‘Ze houden elkaar aan hun eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheden.’

Database interesses en passies medewerkers

Daarnaast proberen ze de werkzaamheden van de andere medewerkers zo veel mogelijk aan te
laten sluiten op hun interesses. Het programma ‘Ken je mij’ zorgt voor de benodigde input vanuit de achthonderd medewerkers. ‘Door met elkaar in gesprek te gaan, ontstaat een database waarin we de
interesses en passies van onze medewerkers inventariseren. Daardoor kunnen wij hen inzetten waar ze het best tot hun recht komen.’

20 jaar achter de kassa en nu bloemen

Parttimers die een hbo-opleiding Human Resources volgen, runnen daardoor deels de HR-afdeling.
En studenten van de Universiteit Twente programmeerden een technische koppeling tussen verschillende betaalprogramma’s. ‘Interessant werk voor onze collega en het scheelde ons honderden euro’s.’ Een medewerkster die al 20 jaar achter de kassa zat, verzorgt nu de bloemen en vindt daar haar passie. ‘Als medewerkers met plezier werken, slaat dat terug op de klanten.’

Inspiratiebord annex bedrijfsplan

Samen met een aantal medewerkers hebben ze ook een inspiratiebord annex bedrijfsplan gemaakt, dat in de kantines van hun Jumbo’s is terug te vinden. ‘We zijn daarvoor met twintig medewerkers om tafel gegaan in een soort brainstormsessie. De jongste was 15 en de oudste zit tegen haar pensioen.’ Het leverde een plan op, waar medewerkers achter staan en zich verantwoordelijk voor voelen. ‘En het is ambitieus’, aldus Niek. Eén kernwaarde komt in alles terug. ‘De klant staat bij ons altijd op één. Daar moet alles wat we doen, op gericht zijn.’

Zelf het lokale plaatje inkleuren

Samenwerken en de win-win vinden, doen ze niet alleen met hun medewerkers, maar ook met Jumbo én met lokale ondernemers. Ze richten hun supermarkt in Haaksbergen in naar hun eigen idee. Bij de aankomende verbouwing krijgt die een voor/achter-indeling waarbij vers voorin zit. ‘Jumbo kiest normaliter voor een links/rechts-indeling. Er wordt bij Jumbo naar je geluisterd. Zij faciliteren en verzorgen de grote lijnen, en als ondernemer kleuren we het lokale plaatje in.’

Samenwerking met tientallen lokale specialisten

Lokaal heeft de samenwerking geleid tot producten van tientallen lokale specialisten die onder het
eigen label Ons Noaberschap worden verkocht. In Aalten verkopen ze onder meer brood en banket van plaatselijke bakker Knippenborg en vleeswaren van slager Gleis. In hun andere winkels doen ze dat met
aldaar bekende speciaalzaken. De samenwerking legt de leveranciers geen windeieren. ‘Geen van onze leveranciers heeft omzet ingeleverd in hun eigen winkels; ze zijn juist gegroeid doordat ze bekender werden. Als er geen win-win is te creëren, moet je er niet aan beginnen.’

Acht minisupermarkten op Zwarte Cross

Naast hun vier Jumbo’s, hebben de broers twee slijterijen (Gall & Gall) en een Etos. Sinds vorig jaar zijn ze ook actief op evenementen. Met acht minisupermarkten stonden ze op Nederlands grootste festival, de Zwarte Cross in Lichtenvoorde. ‘De supermarktjes stonden op de camping en waren 24 uur per dag open.’ Ze verkochten een op de festivalgangers toegesneden assortiment. Dit jaar verzorgen ze ze drie evenementen. Naast de Zwarte Cross, zijn ze ook op Mañana Mañana in Vorden en het Freshtival in Enschede te vinden. Dit onder andere met een collega. ‘Wij leveren onze expertise en een stuk of vijftien man op sleutelposities, hij de verkopers.’

Broers zijn ook actief in de horeca

Hun uitbreidingsdrift stopt niet bij de festivalsupers. De broers omarmen sinds kort ook de horeca. Ze openden, samen met twee horecaondernemers, een grand café/restaurant in Haaksbergen. ‘Wij zijn van de gestructureeerde processen en scherp op inkoop en dergelijke. Zij zijn de creatieve horecamensen. Dat vult elkaar mooi aan.’

Horeca wordt naar de winkels gebracht

Binnenkort voegen ze ook horeca toe aan hun supermarkten in Haaksbergen en Aalten. De eerste tekeningen zijn gemaakt voor een uitbouw met horecadeel van 200 vierkante meter in Aalten. Daarmee richten ze zich ook op de steeds talrijker wordende Duitse klanten die ze – samen met andere winkeliers – naar Aalten weten te lokken. ‘Duitsers verwachten dat je ook iets kunt eten.’ Ze hopen deze uitbreiding medio 2018 te realiseren. Hun vestiging in Haaksbergen, die wordt verbouwd, krijgt zo’n module al later dit jaar. ‘Als het dan al kan, gebruiken we graag elementen en recepturen van La Place.’

Reageer op dit artikel